Orion 3-6

Orion 6-12

schoolgids

inhoudsopgave

Algemeen

 

Hoe wij werken Na de plaatsing
tijd voor school ouders het team kindvolgsysteem opp en handelingsplannen onderwijs-zorg
NA DE PLAATSING Groepsindeling De afdeling Orion 3 – 6 bestaat uit drie groepen, waarvan één groep met een specialistisch karakter die is onderverdeeld in twee subgroepen.
 De Kleine Beer en de Grote Beer Deze combigroepen bieden een geïntegreerd geheel van speciaal onderwijs (cluster 4) en jeugdzorg. Dit onderwijszorgarrangement is bestemd voor kinderen van 3 t/m 6 jaar met complexe ontwikkelingsproblematiek en/of ernstige gedragsproblemen en voor hun gezin. De Kleine Beer is er voor die kinderen die net de kleuterleeftijd hebben bereikt, die vooral behoefte hebben aan ondersteuning op sociaal emotioneel gebied en die nog niet schoolrijp zijn. De Grote Beer richt zich op de kleuters die naar verhouding wat meer onderwijs aan kunnen en nodig hebben. Kinderen leren om steeds langer, actiever en intensiever deel te nemen aan onderwijsactiviteiten. Daarbij wordt steeds per kind gekeken hoe we zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij zijn/haar onderwijsbehoeften. In beide groepen wordt thematisch gewerkt. Alle behandel- en onderwijselementen vinden plaats binnen één leefklimaat. Er wordt gewerkt vanuit één plan voor hulp en onderwijs. Jeugdzorgwerkers, een leerkracht en een onderwijsassistent vormen het team dat de groepen met een gemiddelde grootte van 9-12 kinderen leidt. Zij bieden gezamenlijk het dagprogramma, maar ieder vanuit hun eigen deskundigheid. Uitgangspunt daarbij is dat het accent in de loop van de tijd verschuift van vooral behandeling naar een groter aandeel onderwijs. Binnen het onderwijs wordt er veel schoolvaardigheid (schova) training geboden om leervaardigheden en leervoorwaarden te ontwikkelen bij de kinderen. Er wordt een uitdagende en leerrijke omgeving gecreëerd die kinderen moet uitdagen tot exploreren en tot leren te komen. Een plaats in de combigroep wordt in combinatie met gezinsbehandeling geboden worden. Wanneer er ‘lichte’ opvoedvragen zijn of opvoedondersteuning nodig is, wordt dit door de mentor geboden. De mentor neemt in die gevallen ook de trajectbegeleiding op zich. Op deze manier werken gezin en groep aan dezelfde doelen om zo het effect van de behandeling te optimaliseren. De gezinsbehandeling wordt in sommige gevallen ook ambulant aangeboden, en richt zich dan onder meer op het positief beïnvloeden van de relatie tussen ouders en kind en het versterken van het gezinssysteem. De gezinsbegeleider vervult indien van toepassing tevens de rol van trajectbegeleider. Dat wil zeggen dat hij de afstemming met de combigroep tot stand brengt en de hulp coördineert gedurende het gehele hulpverleningsproces. Hij inventariseert samen met het gezin wat de hulpvragen zijn, welke vorm van behandeling gewenst is en wat de einddoelen zijn. De Atlas Het Aanbod Therapeutische Leergroep Autisme Spectrum Stoornissen (ATLAS) is bedoeld voor kinderen van 4 tot en met 6 jaar met een autisme spectrum stoornis (ASS) en voor kinderen bij wie een ASS wordt vermoed. De groep, die “de Atlas” wordt genoemd, biedt dan ook een gespecialiseerd aanbod. De Atlas bestaat uit twee groepen van maximaal 6 kinderen. In allebei de groepen hebben de kinderen individuele werkplekken waar zij volgens de TEACCH methode werken om de zelfstandigheid en de concentratie te vergroten. De kinderen die in aanmerking komen voor de Atlas kunnen onvoldoende profiteren van een heterogene combigroep binnen Orion 3-6 of andere vormen van (speciaal) onderwijs. Als gevolg van hun stoornis hebben de kinderen specifieke behoeften op het gebied van zorg en onderwijs. Het leefklimaat binnen de Atlas kenmerkt zich door een hoge mate van structuur in tijd, ruimte en activiteiten, waarbij voorspelbaarheid, prikkelreductie en een gedragsmatige aanpak van belang zijn. De Atlas wordt, net als de combigroepen, aangeboden in combinatie met gezinsbehandeling die vaak door de mentor (jeugdzorgwerker) ingevuld wordt. 
Ouders van kinderen met een ASS hebben vaak specifieke hulpvragen op het gebied van pedagogische vaardigheden en psycho-educatie om de opvoeding te kunnen vormgeven. In de behandeling is aandacht voor een individueel gerichte aanpak binnen een gevisualiseerd dagprogramma (pictogrammen) en duidelijke regels. Elk kind heeft zijn eigen behandeldoelen die betrekking hebben op het stimuleren van de normale ontwikkeling. Nieuwe vaardigheden worden aangeleerd door deze op te splitsen en aan te bieden in kleine stapjes, door voor het kind duidelijk te maken wat van hem verwacht wordt, door aan te sluiten bij zijn interesse en zo nodig eerst te oefenen in een één-op-één situatie. Geleerde vaardigheden worden uitgebreid en in verschillende situaties geoefend. Het omgaan met veranderingen, waarbij overgangs- en wachtmomenten worden ingevuld. Kinderen worden voorbereid op veranderingen. Stapsgewijs wordt gewerkt aan de verbetering van de concentratie en aandachtspanne en aan het ontwikkelen van een goede taak/werkhouding. Training van schoolse vaardigheden wordt individueel of in een groepje van twee à drie kinderen aangeboden. Afhankelijk van wat de kinderen aankunnen, kan worden uitgebreid naar grotere groepen en/of meer uren onderwijs in het programma. 2.2 In,- door- en uitstroom Binnen Orion 3-6 gaan we uit van een verblijf van één jaar, met in enkele gevallen een mogelijkheid tot verlenging met een jaar. Al bij de start van de plaatsing gaan we samen met u op zoek naar de beste vervolgplek voor uw kind. Dit doen we volgens de fasen van de handelingsgerichte diagnostiek (HGD). Intakefase In de intakefase wordt gevraagd naar de veranderwens voor het kind en het voor het gezin en wordt in kaart gebracht de gewenste uitkomst of oplossing is. Het team vraagt ouders naar de ideeën en wensen die er bij ouders leven met betrekking tot de uitstroom of vervolgschool. In de intakefase is verkennend en niet sturend of adviserend. Strategie fase In de strategiefase vragen de betrokken jeugdzorgwerker, leerkracht, schoolpsycholoog, gedragswetenschapper zorg en eventueel gezinsbegeleider zich af: Weten we al genoeg om het uitstroomperspectief te kunnen bepalen? Daarbij is het belangrijk dat er duidelijk is wat dit kind van de volwassenen op de groep vraagt; wat het kind nodig heeft in het onderwijsaanbod en wat de specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften zijn. Wanneer het beeld voor iedereen duidelijk is, wordt de overstap naar de integratie- en aanbevelingsfase gemaakt. Wanneer er nog vragen zijn of er meerdere gedachten zijn over de uitstroombestemming, wordt de overstap naar de onderzoeksfase gemaakt. Onderzoeksfase Wanneer er nog uiteenlopende gedachten en/of onduidelijkheid is over het uitstroomperspectief, wordt een samen met ouders een specifiek plan van aanpak gemaakt voor de groep, waar door middel van handelingsgerichte diagnostiek en handelingsgericht werken specifiek wordt gekeken naar de leerbaarheid en behoeften van het kind (op een bepaald gebied). Ook kan aanvullende diagnostiek gedaan worden. Doel is om meer onderbouwing te verkrijgen voor een uitstroombestemming. Integratie- en aanbevelingsfase Wanneer er overeenstemming is binnen het team, wordt er een voorlopig advies voor het vervolgonderwijs of de vervolgplek geformuleerd waarbij de ondersteuningsbehoeften geformuleerd worden. Ook wordt er afgesproken welke vaardigheden nog verder geoefend moeten worden en hoe dit gebeurt. Wanneer er geen overeenstemming is binnen het team wordt de cyclus opnieuw doorlopen. Adviesfase Het voorlopige advies wordt omgezet in een advies en er vindt een gesprek met ouders plaats. Soms worden ook een onderwijsspecialist van het samenwerkingsverband en een tweede deskundige van de beoogde school uitgenodigd. In deze fase staat de samenwerking met ouders centraal. Het doel is tot een gemeenschappelijk idee van de beste vervolgplek voor hun kind te komen. Interventie Ouders melden zelf hun kind aan bij de beoogde vervolgschool of vervolgplek. Per vervolgplek zal het verschillen hoe de route loopt, maar ouders horen altijd van de vervolgplek of hun kind plaatsbaar is. Het team van Orion 3-6 begeleidt ouders in de voorbereiding van de plaatsing en biedt altijd een warme overdracht aan.
Na de plaatsing
NA DE PLAATSING Groepsindeling De afdeling Orion 3 – 6 bestaat uit drie groepen, waarvan één groep met een specialistisch karakter die is onderverdeeld in twee subgroepen.
 De Kleine Beer en de Grote Beer Deze combigroepen bieden een geïntegreerd geheel van speciaal onderwijs (cluster 4) en jeugdzorg. Dit onderwijszorgarrangement is bestemd voor kinderen van 3 t/m 6 jaar met complexe ontwikkelingsproblematiek en/of ernstige gedragsproblemen en voor hun gezin. De Kleine Beer is er voor die kinderen die net de kleuterleeftijd hebben bereikt, die vooral behoefte hebben aan ondersteuning op sociaal emotioneel gebied en die nog niet schoolrijp zijn. De Grote Beer richt zich op de kleuters die naar verhouding wat meer onderwijs aan kunnen en nodig hebben. Kinderen leren om steeds langer, actiever en intensiever deel te nemen aan onderwijsactiviteiten. Daarbij wordt steeds per kind gekeken hoe we zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij zijn/haar onderwijsbehoeften. In beide groepen wordt thematisch gewerkt. Alle behandel- en onderwijselementen vinden plaats binnen één leefklimaat. Er wordt gewerkt vanuit één plan voor hulp en onderwijs. Jeugdzorgwerkers, een leerkracht en een onderwijsassistent vormen het team dat de groepen met een gemiddelde grootte van 9-12 kinderen leidt. Zij bieden gezamenlijk het dagprogramma, maar ieder vanuit hun eigen deskundigheid. Uitgangspunt daarbij is dat het accent in de loop van de tijd verschuift van vooral behandeling naar een groter aandeel onderwijs. Binnen het onderwijs wordt er veel schoolvaardigheid (schova) training geboden om leervaardigheden en leervoorwaarden te ontwikkelen bij de kinderen. Er wordt een uitdagende en leerrijke omgeving gecreëerd die kinderen moet uitdagen tot exploreren en tot leren te komen. Een plaats in de combigroep wordt in combinatie met gezinsbehandeling geboden worden. Wanneer er ‘lichte’ opvoedvragen zijn of opvoedondersteuning nodig is, wordt dit door de mentor geboden. De mentor neemt in die gevallen ook de trajectbegeleiding op zich. Op deze manier werken gezin en groep aan dezelfde doelen om zo het effect van de behandeling te optimaliseren. De gezinsbehandeling wordt in sommige gevallen ook ambulant aangeboden, en richt zich dan onder meer op het positief beïnvloeden van de relatie tussen ouders en kind en het versterken van het gezinssysteem. De gezinsbegeleider vervult indien van toepassing tevens de rol van trajectbegeleider. Dat wil zeggen dat hij de afstemming met de combigroep tot stand brengt en de hulp coördineert gedurende het gehele hulpverleningsproces. Hij inventariseert samen met het gezin wat de hulpvragen zijn, welke vorm van behandeling gewenst is en wat de einddoelen zijn. De Atlas Het Aanbod Therapeutische Leergroep Autisme Spectrum Stoornissen (ATLAS) is bedoeld voor kinderen van 4 tot en met 6 jaar met een autisme spectrum stoornis (ASS) en voor kinderen bij wie een ASS wordt vermoed. De groep, die “de Atlas” wordt genoemd, biedt dan ook een gespecialiseerd aanbod. De Atlas bestaat uit twee groepen van maximaal 6 kinderen. In allebei de groepen hebben de kinderen individuele werkplekken waar zij volgens de TEACCH methode werken om de zelfstandigheid en de concentratie te vergroten. De kinderen die in aanmerking komen voor de Atlas kunnen onvoldoende profiteren van een heterogene combigroep binnen Orion 3-6 of andere vormen van (speciaal) onderwijs. Als gevolg van hun stoornis hebben de kinderen specifieke behoeften op het gebied van zorg en onderwijs. Het leefklimaat binnen de Atlas kenmerkt zich door een hoge mate van structuur in tijd, ruimte en activiteiten, waarbij voorspelbaarheid, prikkelreductie en een gedragsmatige aanpak van belang zijn. De Atlas wordt, net als de combigroepen, aangeboden in combinatie met gezinsbehandeling die vaak door de mentor (jeugdzorgwerker) ingevuld wordt. 
Ouders van kinderen met een ASS hebben vaak specifieke hulpvragen op het gebied van pedagogische vaardigheden en psycho-educatie om de opvoeding te kunnen vormgeven. In de behandeling is aandacht voor een individueel gerichte aanpak binnen een gevisualiseerd dagprogramma (pictogrammen) en duidelijke regels. Elk kind heeft zijn eigen behandeldoelen die betrekking hebben op het stimuleren van de normale ontwikkeling. Nieuwe vaardigheden worden aangeleerd door deze op te splitsen en aan te bieden in kleine stapjes, door voor het kind duidelijk te maken wat van hem verwacht wordt, door aan te sluiten bij zijn interesse en zo nodig eerst te oefenen in een één-op-één situatie. Geleerde vaardigheden worden uitgebreid en in verschillende situaties geoefend. Het omgaan met veranderingen, waarbij overgangs- en wachtmomenten worden ingevuld. Kinderen worden voorbereid op veranderingen. Stapsgewijs wordt gewerkt aan de verbetering van de concentratie en aandachtspanne en aan het ontwikkelen van een goede taak/werkhouding. Training van schoolse vaardigheden wordt individueel of in een groepje van twee à drie kinderen aangeboden. Afhankelijk van wat de kinderen aankunnen, kan worden uitgebreid naar grotere groepen en/of meer uren onderwijs in het programma. 2.2 In,- door- en uitstroom Binnen Orion 3-6 gaan we uit van een verblijf van één jaar, met in enkele gevallen een mogelijkheid tot verlenging met een jaar. Al bij de start van de plaatsing gaan we samen met u op zoek naar de beste vervolgplek voor uw kind. Dit doen we volgens de fasen van de handelingsgerichte diagnostiek (HGD). Intakefase In de intakefase wordt gevraagd naar de veranderwens voor het kind en het voor het gezin en wordt in kaart gebracht de gewenste uitkomst of oplossing is. Het team vraagt ouders naar de ideeën en wensen die er bij ouders leven met betrekking tot de uitstroom of vervolgschool. In de intakefase is verkennend en niet sturend of adviserend. Strategie fase In de strategiefase vragen de betrokken jeugdzorgwerker, leerkracht, schoolpsycholoog, gedragswetenschapper zorg en eventueel gezinsbegeleider zich af: Weten we al genoeg om het uitstroomperspectief te kunnen bepalen? Daarbij is het belangrijk dat er duidelijk is wat dit kind van de volwassenen op de groep vraagt; wat het kind nodig heeft in het onderwijsaanbod en wat de specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften zijn. Wanneer het beeld voor iedereen duidelijk is, wordt de overstap naar de integratie- en aanbevelingsfase gemaakt. Wanneer er nog vragen zijn of er meerdere gedachten zijn over de uitstroombestemming, wordt de overstap naar de onderzoeksfase gemaakt. Onderzoeksfase Wanneer er nog uiteenlopende gedachten en/of onduidelijkheid is over het uitstroomperspectief, wordt een samen met ouders een specifiek plan van aanpak gemaakt voor de groep, waar door middel van handelingsgerichte diagnostiek en handelingsgericht werken specifiek wordt gekeken naar de leerbaarheid en behoeften van het kind (op een bepaald gebied). Ook kan aanvullende diagnostiek gedaan worden. Doel is om meer onderbouwing te verkrijgen voor een uitstroombestemming. Integratie- en aanbevelingsfase Wanneer er overeenstemming is binnen het team, wordt er een voorlopig advies voor het vervolgonderwijs of de vervolgplek geformuleerd waarbij de ondersteuningsbehoeften geformuleerd worden. Ook wordt er afgesproken welke vaardigheden nog verder geoefend moeten worden en hoe dit gebeurt. Wanneer er geen overeenstemming is binnen het team wordt de cyclus opnieuw doorlopen. Adviesfase Het voorlopige advies wordt omgezet in een advies en er vindt een gesprek met ouders plaats. Soms worden ook een onderwijsspecialist van het samenwerkingsverband en een tweede deskundige van de beoogde school uitgenodigd. In deze fase staat de samenwerking met ouders centraal. Het doel is tot een gemeenschappelijk idee van de beste vervolgplek voor hun kind te komen. Interventie Ouders melden zelf hun kind aan bij de beoogde vervolgschool of vervolgplek. Per vervolgplek zal het verschillen hoe de route loopt, maar ouders horen altijd van de vervolgplek of hun kind plaatsbaar is. Het team van Orion 3-6 begeleidt ouders in de voorbereiding van de plaatsing en biedt altijd een warme overdracht aan.
Na de plaatsing
NA DE PLAATSING Groepsindeling De afdeling Orion 3 – 6 bestaat uit drie groepen, waarvan één groep met een specialistisch karakter die is onderverdeeld in twee subgroepen.
 De Kleine Beer en de Grote Beer Deze combigroepen bieden een geïntegreerd geheel van speciaal onderwijs (cluster 4) en jeugdzorg. Dit onderwijszorgarrangement is bestemd voor kinderen van 3 t/m 6 jaar met complexe ontwikkelingsproblematiek en/of ernstige gedragsproblemen en voor hun gezin. De Kleine Beer is er voor die kinderen die net de kleuterleeftijd hebben bereikt, die vooral behoefte hebben aan ondersteuning op sociaal emotioneel gebied en die nog niet schoolrijp zijn. De Grote Beer richt zich op de kleuters die naar verhouding wat meer onderwijs aan kunnen en nodig hebben. Kinderen leren om steeds langer, actiever en intensiever deel te nemen aan onderwijsactiviteiten. Daarbij wordt steeds per kind gekeken hoe we zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij zijn/haar onderwijsbehoeften. In beide groepen wordt thematisch gewerkt. Alle behandel- en onderwijselementen vinden plaats binnen één leefklimaat. Er wordt gewerkt vanuit één plan voor hulp en onderwijs. Jeugdzorgwerkers, een leerkracht en een onderwijsassistent vormen het team dat de groepen met een gemiddelde grootte van 9-12 kinderen leidt. Zij bieden gezamenlijk het dagprogramma, maar ieder vanuit hun eigen deskundigheid. Uitgangspunt daarbij is dat het accent in de loop van de tijd verschuift van vooral behandeling naar een groter aandeel onderwijs. Binnen het onderwijs wordt er veel schoolvaardigheid (schova) training geboden om leervaardigheden en leervoorwaarden te ontwikkelen bij de kinderen. Er wordt een uitdagende en leerrijke omgeving gecreëerd die kinderen moet uitdagen tot exploreren en tot leren te komen. Een plaats in de combigroep wordt in combinatie met gezinsbehandeling geboden worden. Wanneer er ‘lichte’ opvoedvragen zijn of opvoedondersteuning nodig is, wordt dit door de mentor geboden. De mentor neemt in die gevallen ook de trajectbegeleiding op zich. Op deze manier werken gezin en groep aan dezelfde doelen om zo het effect van de behandeling te optimaliseren. De gezinsbehandeling wordt in sommige gevallen ook ambulant aangeboden, en richt zich dan onder meer op het positief beïnvloeden van de relatie tussen ouders en kind en het versterken van het gezinssysteem. De gezinsbegeleider vervult indien van toepassing tevens de rol van trajectbegeleider. Dat wil zeggen dat hij de afstemming met de combigroep tot stand brengt en de hulp coördineert gedurende het gehele hulpverleningsproces. Hij inventariseert samen met het gezin wat de hulpvragen zijn, welke vorm van behandeling gewenst is en wat de einddoelen zijn. De Atlas Het Aanbod Therapeutische Leergroep Autisme Spectrum Stoornissen (ATLAS) is bedoeld voor kinderen van 4 tot en met 6 jaar met een autisme spectrum stoornis (ASS) en voor kinderen bij wie een ASS wordt vermoed. De groep, die “de Atlas” wordt genoemd, biedt dan ook een gespecialiseerd aanbod. De Atlas bestaat uit twee groepen van maximaal 6 kinderen. In allebei de groepen hebben de kinderen individuele werkplekken waar zij volgens de TEACCH methode werken om de zelfstandigheid en de concentratie te vergroten. De kinderen die in aanmerking komen voor de Atlas kunnen onvoldoende profiteren van een heterogene combigroep binnen Orion 3-6 of andere vormen van (speciaal) onderwijs. Als gevolg van hun stoornis hebben de kinderen specifieke behoeften op het gebied van zorg en onderwijs. Het leefklimaat binnen de Atlas kenmerkt zich door een hoge mate van structuur in tijd, ruimte en activiteiten, waarbij voorspelbaarheid, prikkelreductie en een gedragsmatige aanpak van belang zijn. De Atlas wordt, net als de combigroepen, aangeboden in combinatie met gezinsbehandeling die vaak door de mentor (jeugdzorgwerker) ingevuld wordt. 
Ouders van kinderen met een ASS hebben vaak specifieke hulpvragen op het gebied van pedagogische vaardigheden en psycho-educatie om de opvoeding te kunnen vormgeven. In de behandeling is aandacht voor een individueel gerichte aanpak binnen een gevisualiseerd dagprogramma (pictogrammen) en duidelijke regels. Elk kind heeft zijn eigen behandeldoelen die betrekking hebben op het stimuleren van de normale ontwikkeling. Nieuwe vaardigheden worden aangeleerd door deze op te splitsen en aan te bieden in kleine stapjes, door voor het kind duidelijk te maken wat van hem verwacht wordt, door aan te sluiten bij zijn interesse en zo nodig eerst te oefenen in een één-op-één situatie. Geleerde vaardigheden worden uitgebreid en in verschillende situaties geoefend. Het omgaan met veranderingen, waarbij overgangs- en wachtmomenten worden ingevuld. Kinderen worden voorbereid op veranderingen. Stapsgewijs wordt gewerkt aan de verbetering van de concentratie en aandachtspanne en aan het ontwikkelen van een goede taak/werkhouding. Training van schoolse vaardigheden wordt individueel of in een groepje van twee à drie kinderen aangeboden. Afhankelijk van wat de kinderen aankunnen, kan worden uitgebreid naar grotere groepen en/of meer uren onderwijs in het programma. 2.2 In,- door- en uitstroom Binnen Orion 3-6 gaan we uit van een verblijf van één jaar, met in enkele gevallen een mogelijkheid tot verlenging met een jaar. Al bij de start van de plaatsing gaan we samen met u op zoek naar de beste vervolgplek voor uw kind. Dit doen we volgens de fasen van de handelingsgerichte diagnostiek (HGD). Intakefase In de intakefase wordt gevraagd naar de veranderwens voor het kind en het voor het gezin en wordt in kaart gebracht de gewenste uitkomst of oplossing is. Het team vraagt ouders naar de ideeën en wensen die er bij ouders leven met betrekking tot de uitstroom of vervolgschool. In de intakefase is verkennend en niet sturend of adviserend. Strategie fase In de strategiefase vragen de betrokken jeugdzorgwerker, leerkracht, schoolpsycholoog, gedragswetenschapper zorg en eventueel gezinsbegeleider zich af: Weten we al genoeg om het uitstroomperspectief te kunnen bepalen? Daarbij is het belangrijk dat er duidelijk is wat dit kind van de volwassenen op de groep vraagt; wat het kind nodig heeft in het onderwijsaanbod en wat de specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften zijn. Wanneer het beeld voor iedereen duidelijk is, wordt de overstap naar de integratie- en aanbevelingsfase gemaakt. Wanneer er nog vragen zijn of er meerdere gedachten zijn over de uitstroombestemming, wordt de overstap naar de onderzoeksfase gemaakt. Onderzoeksfase Wanneer er nog uiteenlopende gedachten en/of onduidelijkheid is over het uitstroomperspectief, wordt een samen met ouders een specifiek plan van aanpak gemaakt voor de groep, waar door middel van handelingsgerichte diagnostiek en handelingsgericht werken specifiek wordt gekeken naar de leerbaarheid en behoeften van het kind (op een bepaald gebied). Ook kan aanvullende diagnostiek gedaan worden. Doel is om meer onderbouwing te verkrijgen voor een uitstroombestemming. Integratie- en aanbevelingsfase Wanneer er overeenstemming is binnen het team, wordt er een voorlopig advies voor het vervolgonderwijs of de vervolgplek geformuleerd waarbij de ondersteuningsbehoeften geformuleerd worden. Ook wordt er afgesproken welke vaardigheden nog verder geoefend moeten worden en hoe dit gebeurt. Wanneer er geen overeenstemming is binnen het team wordt de cyclus opnieuw doorlopen. Adviesfase Het voorlopige advies wordt omgezet in een advies en er vindt een gesprek met ouders plaats. Soms worden ook een onderwijsspecialist van het samenwerkingsverband en een tweede deskundige van de beoogde school uitgenodigd. In deze fase staat de samenwerking met ouders centraal. Het doel is tot een gemeenschappelijk idee van de beste vervolgplek voor hun kind te komen. Interventie Ouders melden zelf hun kind aan bij de beoogde vervolgschool of vervolgplek. Per vervolgplek zal het verschillen hoe de route loopt, maar ouders horen altijd van de vervolgplek of hun kind plaatsbaar is. Het team van Orion 3-6 begeleidt ouders in de voorbereiding van de plaatsing en biedt altijd een warme overdracht aan.
Na de plaatsing
NA DE PLAATSING Groepsindeling De afdeling Orion 3 – 6 bestaat uit drie groepen, waarvan één groep met een specialistisch karakter die is onderverdeeld in twee subgroepen.
 De Kleine Beer en de Grote Beer Deze combigroepen bieden een geïntegreerd geheel van speciaal onderwijs (cluster 4) en jeugdzorg. Dit onderwijszorgarrangement is bestemd voor kinderen van 3 t/m 6 jaar met complexe ontwikkelingsproblematiek en/of ernstige gedragsproblemen en voor hun gezin. De Kleine Beer is er voor die kinderen die net de kleuterleeftijd hebben bereikt, die vooral behoefte hebben aan ondersteuning op sociaal emotioneel gebied en die nog niet schoolrijp zijn. De Grote Beer richt zich op de kleuters die naar verhouding wat meer onderwijs aan kunnen en nodig hebben. Kinderen leren om steeds langer, actiever en intensiever deel te nemen aan onderwijsactiviteiten. Daarbij wordt steeds per kind gekeken hoe we zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij zijn/haar onderwijsbehoeften. In beide groepen wordt thematisch gewerkt. Alle behandel- en onderwijselementen vinden plaats binnen één leefklimaat. Er wordt gewerkt vanuit één plan voor hulp en onderwijs. Jeugdzorgwerkers, een leerkracht en een onderwijsassistent vormen het team dat de groepen met een gemiddelde grootte van 9-12 kinderen leidt. Zij bieden gezamenlijk het dagprogramma, maar ieder vanuit hun eigen deskundigheid. Uitgangspunt daarbij is dat het accent in de loop van de tijd verschuift van vooral behandeling naar een groter aandeel onderwijs. Binnen het onderwijs wordt er veel schoolvaardigheid (schova) training geboden om leervaardigheden en leervoorwaarden te ontwikkelen bij de kinderen. Er wordt een uitdagende en leerrijke omgeving gecreëerd die kinderen moet uitdagen tot exploreren en tot leren te komen. Een plaats in de combigroep wordt in combinatie met gezinsbehandeling geboden worden. Wanneer er ‘lichte’ opvoedvragen zijn of opvoedondersteuning nodig is, wordt dit door de mentor geboden. De mentor neemt in die gevallen ook de trajectbegeleiding op zich. Op deze manier werken gezin en groep aan dezelfde doelen om zo het effect van de behandeling te optimaliseren. De gezinsbehandeling wordt in sommige gevallen ook ambulant aangeboden, en richt zich dan onder meer op het positief beïnvloeden van de relatie tussen ouders en kind en het versterken van het gezinssysteem. De gezinsbegeleider vervult indien van toepassing tevens de rol van trajectbegeleider. Dat wil zeggen dat hij de afstemming met de combigroep tot stand brengt en de hulp coördineert gedurende het gehele hulpverleningsproces. Hij inventariseert samen met het gezin wat de hulpvragen zijn, welke vorm van behandeling gewenst is en wat de einddoelen zijn. De Atlas Het Aanbod Therapeutische Leergroep Autisme Spectrum Stoornissen (ATLAS) is bedoeld voor kinderen van 4 tot en met 6 jaar met een autisme spectrum stoornis (ASS) en voor kinderen bij wie een ASS wordt vermoed. De groep, die “de Atlas” wordt genoemd, biedt dan ook een gespecialiseerd aanbod. De Atlas bestaat uit twee groepen van maximaal 6 kinderen. In allebei de groepen hebben de kinderen individuele werkplekken waar zij volgens de TEACCH methode werken om de zelfstandigheid en de concentratie te vergroten. De kinderen die in aanmerking komen voor de Atlas kunnen onvoldoende profiteren van een heterogene combigroep binnen Orion 3-6 of andere vormen van (speciaal) onderwijs. Als gevolg van hun stoornis hebben de kinderen specifieke behoeften op het gebied van zorg en onderwijs. Het leefklimaat binnen de Atlas kenmerkt zich door een hoge mate van structuur in tijd, ruimte en activiteiten, waarbij voorspelbaarheid, prikkelreductie en een gedragsmatige aanpak van belang zijn. De Atlas wordt, net als de combigroepen, aangeboden in combinatie met gezinsbehandeling die vaak door de mentor (jeugdzorgwerker) ingevuld wordt. 
Ouders van kinderen met een ASS hebben vaak specifieke hulpvragen op het gebied van pedagogische vaardigheden en psycho-educatie om de opvoeding te kunnen vormgeven. In de behandeling is aandacht voor een individueel gerichte aanpak binnen een gevisualiseerd dagprogramma (pictogrammen) en duidelijke regels. Elk kind heeft zijn eigen behandeldoelen die betrekking hebben op het stimuleren van de normale ontwikkeling. Nieuwe vaardigheden worden aangeleerd door deze op te splitsen en aan te bieden in kleine stapjes, door voor het kind duidelijk te maken wat van hem verwacht wordt, door aan te sluiten bij zijn interesse en zo nodig eerst te oefenen in een één-op-één situatie. Geleerde vaardigheden worden uitgebreid en in verschillende situaties geoefend. Het omgaan met veranderingen, waarbij overgangs- en wachtmomenten worden ingevuld. Kinderen worden voorbereid op veranderingen. Stapsgewijs wordt gewerkt aan de verbetering van de concentratie en aandachtspanne en aan het ontwikkelen van een goede taak/werkhouding. Training van schoolse vaardigheden wordt individueel of in een groepje van twee à drie kinderen aangeboden. Afhankelijk van wat de kinderen aankunnen, kan worden uitgebreid naar grotere groepen en/of meer uren onderwijs in het programma. 2.2 In,- door- en uitstroom Binnen Orion 3-6 gaan we uit van een verblijf van één jaar, met in enkele gevallen een mogelijkheid tot verlenging met een jaar. Al bij de start van de plaatsing gaan we samen met u op zoek naar de beste vervolgplek voor uw kind. Dit doen we volgens de fasen van de handelingsgerichte diagnostiek (HGD). Intakefase In de intakefase wordt gevraagd naar de veranderwens voor het kind en het voor het gezin en wordt in kaart gebracht de gewenste uitkomst of oplossing is. Het team vraagt ouders naar de ideeën en wensen die er bij ouders leven met betrekking tot de uitstroom of vervolgschool. In de intakefase is verkennend en niet sturend of adviserend. Strategie fase In de strategiefase vragen de betrokken jeugdzorgwerker, leerkracht, schoolpsycholoog, gedragswetenschapper zorg en eventueel gezinsbegeleider zich af: Weten we al genoeg om het uitstroomperspectief te kunnen bepalen? Daarbij is het belangrijk dat er duidelijk is wat dit kind van de volwassenen op de groep vraagt; wat het kind nodig heeft in het onderwijsaanbod en wat de specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften zijn. Wanneer het beeld voor iedereen duidelijk is, wordt de overstap naar de integratie- en aanbevelingsfase gemaakt. Wanneer er nog vragen zijn of er meerdere gedachten zijn over de uitstroombestemming, wordt de overstap naar de onderzoeksfase gemaakt. Onderzoeksfase Wanneer er nog uiteenlopende gedachten en/of onduidelijkheid is over het uitstroomperspectief, wordt een samen met ouders een specifiek plan van aanpak gemaakt voor de groep, waar door middel van handelingsgerichte diagnostiek en handelingsgericht werken specifiek wordt gekeken naar de leerbaarheid en behoeften van het kind (op een bepaald gebied). Ook kan aanvullende diagnostiek gedaan worden. Doel is om meer onderbouwing te verkrijgen voor een uitstroombestemming. Integratie- en aanbevelingsfase Wanneer er overeenstemming is binnen het team, wordt er een voorlopig advies voor het vervolgonderwijs of de vervolgplek geformuleerd waarbij de ondersteuningsbehoeften geformuleerd worden. Ook wordt er afgesproken welke vaardigheden nog verder geoefend moeten worden en hoe dit gebeurt. Wanneer er geen overeenstemming is binnen het team wordt de cyclus opnieuw doorlopen. Adviesfase Het voorlopige advies wordt omgezet in een advies en er vindt een gesprek met ouders plaats. Soms worden ook een onderwijsspecialist van het samenwerkingsverband en een tweede deskundige van de beoogde school uitgenodigd. In deze fase staat de samenwerking met ouders centraal. Het doel is tot een gemeenschappelijk idee van de beste vervolgplek voor hun kind te komen. Interventie Ouders melden zelf hun kind aan bij de beoogde vervolgschool of vervolgplek. Per vervolgplek zal het verschillen hoe de route loopt, maar ouders horen altijd van de vervolgplek of hun kind plaatsbaar is. Het team van Orion 3-6 begeleidt ouders in de voorbereiding van de plaatsing en biedt altijd een warme overdracht aan.
NA DE PLAATSING Groepsindeling De afdeling Orion 3 – 6 bestaat uit drie groepen, waarvan één groep met een specialistisch karakter die is onderverdeeld in twee subgroepen.
 De Kleine Beer en de Grote Beer Deze combigroepen bieden een geïntegreerd geheel van speciaal onderwijs (cluster 4) en jeugdzorg. Dit onderwijszorgarrangement is bestemd voor kinderen van 3 t/m 6 jaar met complexe ontwikkelingsproblematiek en/of ernstige gedragsproblemen en voor hun gezin. De Kleine Beer is er voor die kinderen die net de kleuterleeftijd hebben bereikt, die vooral behoefte hebben aan ondersteuning op sociaal emotioneel gebied en die nog niet schoolrijp zijn. De Grote Beer richt zich op de kleuters die naar verhouding wat meer onderwijs aan kunnen en nodig hebben. Kinderen leren om steeds langer, actiever en intensiever deel te nemen aan onderwijsactiviteiten. Daarbij wordt steeds per kind gekeken hoe we zo goed mogelijk kunnen aansluiten bij zijn/haar onderwijsbehoeften. In beide groepen wordt thematisch gewerkt. Alle behandel- en onderwijselementen vinden plaats binnen één leefklimaat. Er wordt gewerkt vanuit één plan voor hulp en onderwijs. Jeugdzorgwerkers, een leerkracht en een onderwijsassistent vormen het team dat de groepen met een gemiddelde grootte van 9-12 kinderen leidt. Zij bieden gezamenlijk het dagprogramma, maar ieder vanuit hun eigen deskundigheid. Uitgangspunt daarbij is dat het accent in de loop van de tijd verschuift van vooral behandeling naar een groter aandeel onderwijs. Binnen het onderwijs wordt er veel schoolvaardigheid (schova) training geboden om leervaardigheden en leervoorwaarden te ontwikkelen bij de kinderen. Er wordt een uitdagende en leerrijke omgeving gecreëerd die kinderen moet uitdagen tot exploreren en tot leren te komen. Een plaats in de combigroep wordt in combinatie met gezinsbehandeling geboden worden. Wanneer er ‘lichte’ opvoedvragen zijn of opvoedondersteuning nodig is, wordt dit door de mentor geboden. De mentor neemt in die gevallen ook de trajectbegeleiding op zich. Op deze manier werken gezin en groep aan dezelfde doelen om zo het effect van de behandeling te optimaliseren. De gezinsbehandeling wordt in sommige gevallen ook ambulant aangeboden, en richt zich dan onder meer op het positief beïnvloeden van de relatie tussen ouders en kind en het versterken van het gezinssysteem. De gezinsbegeleider vervult indien van toepassing tevens de rol van trajectbegeleider. Dat wil zeggen dat hij de afstemming met de combigroep tot stand brengt en de hulp coördineert gedurende het gehele hulpverleningsproces. Hij inventariseert samen met het gezin wat de hulpvragen zijn, welke vorm van behandeling gewenst is en wat de einddoelen zijn. De Atlas Het Aanbod Therapeutische Leergroep Autisme Spectrum Stoornissen (ATLAS) is bedoeld voor kinderen van 4 tot en met 6 jaar met een autisme spectrum stoornis (ASS) en voor kinderen bij wie een ASS wordt vermoed. De groep, die “de Atlas” wordt genoemd, biedt dan ook een gespecialiseerd aanbod. De Atlas bestaat uit twee groepen van maximaal 6 kinderen. In allebei de groepen hebben de kinderen individuele werkplekken waar zij volgens de TEACCH methode werken om de zelfstandigheid en de concentratie te vergroten. De kinderen die in aanmerking komen voor de Atlas kunnen onvoldoende profiteren van een heterogene combigroep binnen Orion 3-6 of andere vormen van (speciaal) onderwijs. Als gevolg van hun stoornis hebben de kinderen specifieke behoeften op het gebied van zorg en onderwijs. Het leefklimaat binnen de Atlas kenmerkt zich door een hoge mate van structuur in tijd, ruimte en activiteiten, waarbij voorspelbaarheid, prikkelreductie en een gedragsmatige aanpak van belang zijn. De Atlas wordt, net als de combigroepen, aangeboden in combinatie met gezinsbehandeling die vaak door de mentor (jeugdzorgwerker) ingevuld wordt. 
Ouders van kinderen met een ASS hebben vaak specifieke hulpvragen op het gebied van pedagogische vaardigheden en psycho-educatie om de opvoeding te kunnen vormgeven. In de behandeling is aandacht voor een individueel gerichte aanpak binnen een gevisualiseerd dagprogramma (pictogrammen) en duidelijke regels. Elk kind heeft zijn eigen behandeldoelen die betrekking hebben op het stimuleren van de normale ontwikkeling. Nieuwe vaardigheden worden aangeleerd door deze op te splitsen en aan te bieden in kleine stapjes, door voor het kind duidelijk te maken wat van hem verwacht wordt, door aan te sluiten bij zijn interesse en zo nodig eerst te oefenen in een één-op-één situatie. Geleerde vaardigheden worden uitgebreid en in verschillende situaties geoefend. Het omgaan met veranderingen, waarbij overgangs- en wachtmomenten worden ingevuld. Kinderen worden voorbereid op veranderingen. Stapsgewijs wordt gewerkt aan de verbetering van de concentratie en aandachtspanne en aan het ontwikkelen van een goede taak/werkhouding. Training van schoolse vaardigheden wordt individueel of in een groepje van twee à drie kinderen aangeboden. Afhankelijk van wat de kinderen aankunnen, kan worden uitgebreid naar grotere groepen en/of meer uren onderwijs in het programma. 2.2 In,- door- en uitstroom Binnen Orion 3-6 gaan we uit van een verblijf van één jaar, met in enkele gevallen een mogelijkheid tot verlenging met een jaar. Al bij de start van de plaatsing gaan we samen met u op zoek naar de beste vervolgplek voor uw kind. Dit doen we volgens de fasen van de handelingsgerichte diagnostiek (HGD). Intakefase In de intakefase wordt gevraagd naar de veranderwens voor het kind en het voor het gezin en wordt in kaart gebracht de gewenste uitkomst of oplossing is. Het team vraagt ouders naar de ideeën en wensen die er bij ouders leven met betrekking tot de uitstroom of vervolgschool. In de intakefase is verkennend en niet sturend of adviserend. Strategie fase In de strategiefase vragen de betrokken jeugdzorgwerker, leerkracht, schoolpsycholoog, gedragswetenschapper zorg en eventueel gezinsbegeleider zich af: Weten we al genoeg om het uitstroomperspectief te kunnen bepalen? Daarbij is het belangrijk dat er duidelijk is wat dit kind van de volwassenen op de groep vraagt; wat het kind nodig heeft in het onderwijsaanbod en wat de specifieke opvoedings- en onderwijsbehoeften zijn. Wanneer het beeld voor iedereen duidelijk is, wordt de overstap naar de integratie- en aanbevelingsfase gemaakt. Wanneer er nog vragen zijn of er meerdere gedachten zijn over de uitstroombestemming, wordt de overstap naar de onderzoeksfase gemaakt. Onderzoeksfase Wanneer er nog uiteenlopende gedachten en/of onduidelijkheid is over het uitstroomperspectief, wordt een samen met ouders een specifiek plan van aanpak gemaakt voor de groep, waar door middel van handelingsgerichte diagnostiek en handelingsgericht werken specifiek wordt gekeken naar de leerbaarheid en behoeften van het kind (op een bepaald gebied). Ook kan aanvullende diagnostiek gedaan worden. Doel is om meer onderbouwing te verkrijgen voor een uitstroombestemming. Integratie- en aanbevelingsfase Wanneer er overeenstemming is binnen het team, wordt er een voorlopig advies voor het vervolgonderwijs of de vervolgplek geformuleerd waarbij de ondersteuningsbehoeften geformuleerd worden. Ook wordt er afgesproken welke vaardigheden nog verder geoefend moeten worden en hoe dit gebeurt. Wanneer er geen overeenstemming is binnen het team wordt de cyclus opnieuw doorlopen. Adviesfase Het voorlopige advies wordt omgezet in een advies en er vindt een gesprek met ouders plaats. Soms worden ook een onderwijsspecialist van het samenwerkingsverband en een tweede deskundige van de beoogde school uitgenodigd. In deze fase staat de samenwerking met ouders centraal. Het doel is tot een gemeenschappelijk idee van de beste vervolgplek voor hun kind te komen. Interventie Ouders melden zelf hun kind aan bij de beoogde vervolgschool of vervolgplek. Per vervolgplek zal het verschillen hoe de route loopt, maar ouders horen altijd van de vervolgplek of hun kind plaatsbaar is. Het team van Orion 3-6 begeleidt ouders in de voorbereiding van de plaatsing en biedt altijd een warme overdracht aan. Na de plaatsing