Orion 3-6

Orion 6-12

schoolgids

inhoudsopgave

Algemeen

 

Hoe wij werken Na de plaatsing
ORION 3-6 ONDERWIJS - ZORG Samenwerking in de groep Binnen de groepen is sprake van een specifiek pedagogisch klimaat, waarbij een heldere structuur, voldoende veiligheid voor het kind en een responsieve houding van het team de kernpunten zijn. De omgeving is erop gericht dat kinderen zich veilig kunnen voelen, zelfvertrouwen krijgen en zich (weer) kunnen gaan ontwikkelen. Hiertoe wordt een zekere voorspelbaarheid nagestreefd door te werken volgens een vast dagritme en met zoveel mogelijk bekende medewerkers. In de rustige inrichting zijn veel visuele hulpmiddelen aanwezig die de kinderen helpen zich het dagritme en de groepsregels eigen te maken. De pedagogisch medewerker en de leerkracht geven samen vorm aan de dag. Er is een groepsaanbod, maar er zijn ook momenten waarop in kleine groepjes of individueel gewerkt wordt. In onze “kussen-kamer” (een soort snoezelruimte) kunnen kinderen zich op een veilige manier terugtrekken in een prikkelarme omgeving. We evalueren ons handelen voortdurend volgens de Plan-Do-Check-Act-principes. We signaleren problemen en/of mogelijkheden en kansen, we ontwikkelen oplossing en passen op kleine schaal waar mogelijk veranderingen toe, we controleren of de veranderingen het gewenste effect hebben en als dat zo is voeren we de veranderingen, in overleg, verder in. Deze principes dwingen ons steeds weer te kijken of we het goede doen en of we dat ook goed doen. Onderwijsaanbod Wanneer kinderen in de onderwijs-zorggroep toe zijn aan meer onderwijs en in staat zijn aan onderwijsactiviteiten in een groep deel te nemen, wordt de onderwijstijd aangepast. Het onderwijs wordt vormgegeven door middel van instructiegroepen. De kinderen die in aanmerking komen voor de meer groepsgerichte onderwijsactiviteiten dienen over een zekere taakgerichtheid, luisterhouding en enige mate van leergierigheid te beschikken. In overleg met ouders, de intern begeleider/schoolpsycholoog, de gedragswetenschapper en het team wordt een geïntegreerd handelingsplan opgesteld. Hierbij wordt een voorlopige planning gemaakt voor de vorm, de aard en de frequentie van het onderwijs. De leerkracht past zijn/haar dagelijks handelen en de instructie aan, aan de mogelijkheden van het kind en evalueert, samen met het multidisciplinaire team en de ouders de vervolgstappen. Passend binnen de doelen die in het ontwikkelperspectiefplan met ouders zijn geformuleerd, wordt steeds weer bekeken hoeveel uren onderwijs het kind aankan. Zorgaanbod Op Orion werken we vanuit de visie, die beschreven is in de methodiek “Gezin Centraal” (Arjan Bolt, 2006). Een methode die ook binnen de rest van Cardea gebruikt wordt. Uitgangspunt hierbij is een vraag- en oplossingsgerichte houding van de medewerker, die zijn professionaliteit ten dienste stelt van de ontwikkeling van de cliënt (ouders). De vragen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt staan centraal en zodoende houdt hij de regie over zijn eigen hulpproces. In de groepen van Orion 3-6 wordt een intensief aanbod gedaan van korte, concrete activiteiten die later op de dag of in de week worden herhaald. Als kinderen deelnemen aan therapie of trainingen van externe therapeuten (zoals logopedie, fysiotherapie, speltherapie, psychomotorische therapie) worden deze therapieën of trainingen bij voorkeur geïntegreerd in de behandeling. In de groep wordt met het kind gewerkt aan onder andere het (leren) functioneren in een grotere groep, de interactie tussen de kinderen onderling en met de medewerkers, het vergroten van de zelfredzaamheid en de werk- en luisterhouding van het kind. De mentor (een pedagogisch medewerker van de groep) onderhoudt een intensief contact met de ouders (en hun gezinsbegeleider) en stemt de werkdoelen van het kind in de groep af op de werkdoelen waaraan het gezin thuis werkt. Het kan voorkomen dat de mentor thuis aan een concreet doel komt werken, wanneer dat voor ouders ondersteuning biedt. Voor kinderen die doorstromen naar een vervolgschool kan er een coaching-traject worden aangeboden. Tijdens de overstap naar de volgende school kan een pedagogisch medewerker deze stap ondersteunen door op de vervolgschool te trainen op concrete werkpunten van het kind. Gebruikte methoden Dagritmepakket en gebruik van pictogrammen In alle groepen wordt dagelijks gebruik gemaakt van het Dagritmepakket. De dag- routine is de ‘kapstok’ van onderwijs en zorg. Het is gedefinieerd als ‘terugkerende onderdelen van de dag die normaal gesproken zo verlopen’. Medewerkers stemmen hun bezigheden af op de kinderen. Ook wordt gebruik gemaakt van pictogrammen om de dagindeling en de activiteiten in volgorde zichtbaar te maken. De kinderen hebben hier veel steun aan vanwege hun dikwijls zwakke tijdsbesef en behoefte aan overzicht van wat er komen gaat. De leeromgeving wordt hiermee veilig en voorspelbaar voor de kinderen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken is een belangrijke vaardigheid voor kinderen die op hun eigen niveau aan de slag moeten kunnen. Gedurende het schooljaar wordt het zelfstandig werken stapsgewijs opgebouwd onder andere met behulp van methodieken als GIP en Taakspel, zodat de kinderen minder begeleiding nodig hebben en beter voorbereid zijn op de vervolgschool. Taakspel Onze leerkrachten zijn geschoold in Taakspel voor Kleuters. Dit is een groepsgerichte aanpak om jonge leerlingen te leren zich aan de groepsregels te houden. De methodiek is effectief voor kinderen die in de klassensituatie ongewenst gedrag laten zien die de eigen taakhouding en die van andere kinderen verstoort. De doelstellingen van het Taakspel zijn: taakgericht gedrag neemt toe; regel-overtredend gedrag neemt af; het wordt rustiger en gezelliger in de klas. Door gewenst gedrag consequent te belonen met complimenten (sociale bekrachtiging) is er minder ruimte voor corrigerende opmerkingen. Zo neemt gewenst gedrag toe terwijl negatief gedrag gelijktijdig afneemt. Niet gewenst gedrag wordt door de leerkracht waar mogelijk genegeerd. TEACCH Binnen de ATLAS wordt ook gewerkt met TEACCH (Treatment and Education of Autistic and related Communication handicapped Children). Doel is het vergroten van vaardigheden door een zeer gestructureerde omgeving waarbij visualisering en voorspelbaarheid centraal staan. Sociaal-emotionele ontwikkeling Binnen Orion wordt gebruik gemaakt van het sociaal competentie model en leer-theoretische principes om een veilig en voorspelbaar pedagogisch klimaat neer te zetten waarin kinderen sociaal-emotioneel kunnen groeien. Door middel van wisselende opdrachten worden onderwerpen behandeld als: emoties, samenwerken, waarden & normen, complimenten geven, seksualiteit , omgaan met boosheid, versterken van zelfvertrouwen en ik-gevoel. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken IK-boek, PUK, Doos vol gevoelens en de aanraakregels. Ook het Taakspel wordt ingezet om doelmatig te werken aan het ontwikkelen van sociale competenties en sociale waarden zoals gelijkwaardigheid, hulpvaardigheid en verantwoordelijkheid. IK-boek Het ‘Ik boek’ wordt in de kleutergroepen vraag- en behoeft gestuurd ingezet voor kwetsbare leerlingen met weinig eigenheid en onvoldoende zelfbewustzijn. Afhankelijk van de doelstellingen voor een individueel kind kan deze methode gedurende een bepaalde periode ingezet worden. Tijdens individuele sessies tussen de pedagogisch medewerker en de kleuter worden de plak- en werkbladen samen met de kinderen doorlopen en in een leer- of ontwikkelingsgesprekje met het kind gesproken. Kinderen worden zich bewuster van zichzelf als persoon, hun buitenkant en wat ze leuk of lekker vinden. PUK Ook worden elementen van PUK, een sociale vaardigheidstraining voor jonge kinderen, ingezet wanneer hier behoefte aan is. Sociale vaardigheden zoals luisteren, vragen stellen, herkennen van de basis-emoties en samenspelen worden in kleine groepjes getraind. Doos vol gevoelens ‘Doos vol gevoelens’ is een methode waarmee op een speelse manier de complexe wereld van eigen en andermans emoties geëxploreerd worden. Aan de hand van visuele materialen en activiteiten komen de basisemoties telkens weer terug en verkennen kinderen de meer complexe emoties die hieruit voortkomen. PRT Binnen de Atlas wordt ook gewerkt met PRT (Pivotal Respons Treatment). Dit is een gedragstherapeutische behandeling die wordt ingezet om de ontwikkeling van kernvaardigheden die bij kinderen met autisme anders of trager ontwikkelen, te versterken. Alle groepsmedewerkers van de Atlas zijn PRT-gecertificeerd. Er wordt gewerkt aan het vergroten van de motivatie voor contact en communicatie en het initiatief nemen in het contact. Ook wordt de taalontwikkeling gestimuleerd. Mondelinge taal In de klas wordt veel verteld en voorgelezen over verschillende onderwerpen die aansluiten bij thema’s die in de groep aan de orde zijn. Hierbij worden de kinderen alert gemaakt op het woordgebruik en het maken van correcte zinnen en verhaaltjes. Het team kan ondersteuning krijgen van onze spraak-taalpatholoog. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken Ik en Ko, DGM en Knoop het in je oren. Binnen de Atlas wordt de mondelinge taal gestimuleerd en uitgelokt door inzet van PRT. Ik en Ko ‘Ik en Ko’ is een totaalmethode voor de kleutergroep waarbij gewerkt wordt aan de algehele ontwikkeling. De methode wordt specifiek ingezet bij een doelgroep kinderen bij wie sprake is van een ontwikkelingsachterstand en specifiek een (sociale) taalachterstand. Binnen het onderdeel ‘taal’ wordt er gewerkt aan: woordenschat-uitbreiding, gespreksvaardigheid, begrijpend luisteren en institutionele interacties. De vaardigheden wordt mede getraind door middel van betekenisvolle en motiverende activiteiten: spel, ontdekken, expressie, boek, knutselen en kring. In alle activiteiten speelt de sociale interactie als middel en doel een belangrijke rol. Door het aanbieden van activiteiten in een kleine groep kunnen de kinderen ook van elkaar leren. DGM DGM (Denkstimulerende Gespreksmethodiek) is een methode om de taalontwikkeling van kinderen in de leeftijd tussen de drie en acht jaar (met emotionele, sociale en gedragsmoeilijkheden) te ondersteunen. Het doel is om vanuit de dialoog met denkvragen de wereld te ordenen en te komen tot meer betekenisvolle gesprekken met elkaar. Door middel van denkvragen wordt het kind gestimuleerd op een hoger abstractieniveau te denken en zijn wereld te ordenen. De spraaktaakpatholoog coacht de leerkrachten in DGM. Knoop het in je oren ‘Knoop het in je oren’ is een methodiek om de woordenschat bij taalzwakke en anderstalige kinderen in groep 1 te vergroten. Aan de hand van de verhalen met kijkplaten wordt de woordenschat (receptieve taal) uitgebreid en wordt de luistervaardigheid, als belangrijke basisvaardigheid voor het zich eigen maken van de taal, gestimuleerd. Beginnende geletterdheid Ook voordat er met het formele leesproces wordt gestart, doen kinderen al veel kennis op over geschreven taal. Spelenderwijs leren kinderen de betekenis van geschreven taal en doen hier allerlei ervaringen mee op. Zij leren bijvoorbeeld dat een boek door iemand geschreven is, dat je naam uit letters bestaat en dat je met het schrijven van een briefje iets voor elkaar kunt krijgen. Er wordt, kortom, gewerkt met een taalrijke omgeving. De interesse voor geschreven taal wordt opgewekt met allerlei activiteiten. Auditieve training wordt klassikaal door de leerkracht aangeboden, bijvoorbeeld met programma’s als “Klinkklare Klanken” en “Oorzaak”, maar vindt ook individueel of in kleine groepjes plaats. Wanneer kinderen daar aan toe zijn, zijn er mogelijkheden om met het aanvankelijke leesproces te starten met behulp van bijvoorbeeld “ Veilig Leren Lezen”. De schrijfmotoriek wordt gestimuleerd met behulp van programma’s als “Schrijfdans”, “Schrijfkriebels” en oefeningen uit de methoden “Handschrift” en “Mijn eigen handschrift”. Beginnende gecijferdheid Ervaringen op het gebied van rekenen en wiskunde worden met behulp van verschillende activiteiten bewust gemaakt en besproken. De belangrijke onderwerpen tellen en getalbegrip, ruimtelijke relaties en constructies, meten, weten en tijd komen regelmatig aan de orde. Er wordt gebruikt gemaakt van delen van bestaande methoden zoals “Alles telt”, “Zo reken ik ook”, hulpprogramma’s zoals “Ordenen”, en van een zelf samengestelde ontdekkist, waarmee allerlei ervaringen worden opgedaan. De computer wordt daarnaast ingezet ter ondersteuning. Sinds twee jaar worden de rekenspellen en het rekenmateriaal van “Met Sprongen Vooruit” intensief ingezet tijdens de rekenlessen en de rekenkring. 
 Bewegingsonderwijs Eenmaal per week geeft de leerkracht van de onderwijs-zorggroep een half uur kleutergymnastiek in ons speellokaal. Doel is de kinderen bekend te maken met hun eigen lichaam, verschillende bewegingsvormen en oefening te bieden op dat terrein. In de gymzaal zijn verschillende materialen ter ondersteuning. De zelfredzaamheid wordt geoefend bij het aan- en uitkleden. Behandeling van specifieke motorische of psychomotorische problemen gebeurt meestal door een fysiotherapeut van een externe praktijk al dan niet binnen Orion. Daarnaast begeleiden we de kinderen dagelijks ten minste 2 maal een half uur in het begeleid (buiten) spelen, waarbij naast het ontdekken van het eigen lichaam en het oefenen van de motoriek, zij ook leren samen spelen en trainen we de communicatieve vaardigheden. tijd voor school ouders het team kindvolgsysteem opp en handelingsplannen onderwijs-zorg
onderwijs-zorg
ORION 3-6 ONDERWIJS - ZORG Samenwerking in de groep Binnen de groepen is sprake van een specifiek pedagogisch klimaat, waarbij een heldere structuur, voldoende veiligheid voor het kind en een responsieve houding van het team de kernpunten zijn. De omgeving is erop gericht dat kinderen zich veilig kunnen voelen, zelfvertrouwen krijgen en zich (weer) kunnen gaan ontwikkelen. Hiertoe wordt een zekere voorspelbaarheid nagestreefd door te werken volgens een vast dagritme en met zoveel mogelijk bekende medewerkers. In de rustige inrichting zijn veel visuele hulpmiddelen aanwezig die de kinderen helpen zich het dagritme en de groepsregels eigen te maken. De pedagogisch medewerker en de leerkracht geven samen vorm aan de dag. Er is een groepsaanbod, maar er zijn ook momenten waarop in kleine groepjes of individueel gewerkt wordt. In onze “kussen-kamer” (een soort snoezelruimte) kunnen kinderen zich op een veilige manier terugtrekken in een prikkelarme omgeving. We evalueren ons handelen voortdurend volgens de Plan-Do-Check-Act-principes. We signaleren problemen en/of mogelijkheden en kansen, we ontwikkelen oplossing en passen op kleine schaal waar mogelijk veranderingen toe, we controleren of de veranderingen het gewenste effect hebben en als dat zo is voeren we de veranderingen, in overleg, verder in. Deze principes dwingen ons steeds weer te kijken of we het goede doen en of we dat ook goed doen. Onderwijsaanbod Wanneer kinderen in de onderwijs-zorggroep toe zijn aan meer onderwijs en in staat zijn aan onderwijsactiviteiten in een groep deel te nemen, wordt de onderwijstijd aangepast. Het onderwijs wordt vormgegeven door middel van instructiegroepen. De kinderen die in aanmerking komen voor de meer groepsgerichte onderwijsactiviteiten dienen over een zekere taakgerichtheid, luisterhouding en enige mate van leergierigheid te beschikken. In overleg met ouders, de intern begeleider/schoolpsycholoog, de gedragswetenschapper en het team wordt een geïntegreerd handelingsplan opgesteld. Hierbij wordt een voorlopige planning gemaakt voor de vorm, de aard en de frequentie van het onderwijs. De leerkracht past zijn/haar dagelijks handelen en de instructie aan, aan de mogelijkheden van het kind en evalueert, samen met het multidisciplinaire team en de ouders de vervolgstappen. Passend binnen de doelen die in het ontwikkelperspectiefplan met ouders zijn geformuleerd, wordt steeds weer bekeken hoeveel uren onderwijs het kind aankan. Zorgaanbod Op Orion werken we vanuit de visie, die beschreven is in de methodiek “Gezin Centraal” (Arjan Bolt, 2006). Een methode die ook binnen de rest van Cardea gebruikt wordt. Uitgangspunt hierbij is een vraag- en oplossingsgerichte houding van de medewerker, die zijn professionaliteit ten dienste stelt van de ontwikkeling van de cliënt (ouders). De vragen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt staan centraal en zodoende houdt hij de regie over zijn eigen hulpproces. In de groepen van Orion 3-6 wordt een intensief aanbod gedaan van korte, concrete activiteiten die later op de dag of in de week worden herhaald. Als kinderen deelnemen aan therapie of trainingen van externe therapeuten (zoals logopedie, fysiotherapie, speltherapie, psychomotorische therapie) worden deze therapieën of trainingen bij voorkeur geïntegreerd in de behandeling. In de groep wordt met het kind gewerkt aan onder andere het (leren) functioneren in een grotere groep, de interactie tussen de kinderen onderling en met de medewerkers, het vergroten van de zelfredzaamheid en de werk- en luisterhouding van het kind. De mentor (een pedagogisch medewerker van de groep) onderhoudt een intensief contact met de ouders (en hun gezinsbegeleider) en stemt de werkdoelen van het kind in de groep af op de werkdoelen waaraan het gezin thuis werkt. Het kan voorkomen dat de mentor thuis aan een concreet doel komt werken, wanneer dat voor ouders ondersteuning biedt. Voor kinderen die doorstromen naar een vervolgschool kan er een coaching-traject worden aangeboden. Tijdens de overstap naar de volgende school kan een pedagogisch medewerker deze stap ondersteunen door op de vervolgschool te trainen op concrete werkpunten van het kind. Gebruikte methoden Dagritmepakket en gebruik van pictogrammen In alle groepen wordt dagelijks gebruik gemaakt van het Dagritmepakket. De dag- routine is de ‘kapstok’ van onderwijs en zorg. Het is gedefinieerd als ‘terugkerende onderdelen van de dag die normaal gesproken zo verlopen’. Medewerkers stemmen hun bezigheden af op de kinderen. Ook wordt gebruik gemaakt van pictogrammen om de dagindeling en de activiteiten in volgorde zichtbaar te maken. De kinderen hebben hier veel steun aan vanwege hun dikwijls zwakke tijdsbesef en behoefte aan overzicht van wat er komen gaat. De leeromgeving wordt hiermee veilig en voorspelbaar voor de kinderen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken is een belangrijke vaardigheid voor kinderen die op hun eigen niveau aan de slag moeten kunnen. Gedurende het schooljaar wordt het zelfstandig werken stapsgewijs opgebouwd onder andere met behulp van methodieken als GIP en Taakspel, zodat de kinderen minder begeleiding nodig hebben en beter voorbereid zijn op de vervolgschool. Taakspel Onze leerkrachten zijn geschoold in Taakspel voor Kleuters. Dit is een groepsgerichte aanpak om jonge leerlingen te leren zich aan de groepsregels te houden. De methodiek is effectief voor kinderen die in de klassensituatie ongewenst gedrag laten zien die de eigen taakhouding en die van andere kinderen verstoort. De doelstellingen van het Taakspel zijn: taakgericht gedrag neemt toe; regel-overtredend gedrag neemt af; het wordt rustiger en gezelliger in de klas. Door gewenst gedrag consequent te belonen met complimenten (sociale bekrachtiging) is er minder ruimte voor corrigerende opmerkingen. Zo neemt gewenst gedrag toe terwijl negatief gedrag gelijktijdig afneemt. Niet gewenst gedrag wordt door de leerkracht waar mogelijk genegeerd. TEACCH Binnen de ATLAS wordt ook gewerkt met TEACCH (Treatment and Education of Autistic and related Communication handicapped Children). Doel is het vergroten van vaardigheden door een zeer gestructureerde omgeving waarbij visualisering en voorspelbaarheid centraal staan. Sociaal-emotionele ontwikkeling Binnen Orion wordt gebruik gemaakt van het sociaal competentie model en leer-theoretische principes om een veilig en voorspelbaar pedagogisch klimaat neer te zetten waarin kinderen sociaal-emotioneel kunnen groeien. Door middel van wisselende opdrachten worden onderwerpen behandeld als: emoties, samenwerken, waarden & normen, complimenten geven, seksualiteit , omgaan met boosheid, versterken van zelfvertrouwen en ik-gevoel. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken IK-boek, PUK, Doos vol gevoelens en de aanraakregels. Ook het Taakspel wordt ingezet om doelmatig te werken aan het ontwikkelen van sociale competenties en sociale waarden zoals gelijkwaardigheid, hulpvaardigheid en verantwoordelijkheid. IK-boek Het ‘Ik boek’ wordt in de kleutergroepen vraag- en behoeft gestuurd ingezet voor kwetsbare leerlingen met weinig eigenheid en onvoldoende zelfbewustzijn. Afhankelijk van de doelstellingen voor een individueel kind kan deze methode gedurende een bepaalde periode ingezet worden. Tijdens individuele sessies tussen de pedagogisch medewerker en de kleuter worden de plak- en werkbladen samen met de kinderen doorlopen en in een leer- of ontwikkelingsgesprekje met het kind gesproken. Kinderen worden zich bewuster van zichzelf als persoon, hun buitenkant en wat ze leuk of lekker vinden. PUK Ook worden elementen van PUK, een sociale vaardigheidstraining voor jonge kinderen, ingezet wanneer hier behoefte aan is. Sociale vaardigheden zoals luisteren, vragen stellen, herkennen van de basis-emoties en samenspelen worden in kleine groepjes getraind. Doos vol gevoelens ‘Doos vol gevoelens’ is een methode waarmee op een speelse manier de complexe wereld van eigen en andermans emoties geëxploreerd worden. Aan de hand van visuele materialen en activiteiten komen de basisemoties telkens weer terug en verkennen kinderen de meer complexe emoties die hieruit voortkomen. PRT Binnen de Atlas wordt ook gewerkt met PRT (Pivotal Respons Treatment). Dit is een gedragstherapeutische behandeling die wordt ingezet om de ontwikkeling van kernvaardigheden die bij kinderen met autisme anders of trager ontwikkelen, te versterken. Alle groepsmedewerkers van de Atlas zijn PRT-gecertificeerd. Er wordt gewerkt aan het vergroten van de motivatie voor contact en communicatie en het initiatief nemen in het contact. Ook wordt de taalontwikkeling gestimuleerd. Mondelinge taal In de klas wordt veel verteld en voorgelezen over verschillende onderwerpen die aansluiten bij thema’s die in de groep aan de orde zijn. Hierbij worden de kinderen alert gemaakt op het woordgebruik en het maken van correcte zinnen en verhaaltjes. Het team kan ondersteuning krijgen van onze spraak-taalpatholoog. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken Ik en Ko, DGM en Knoop het in je oren. Binnen de Atlas wordt de mondelinge taal gestimuleerd en uitgelokt door inzet van PRT. Ik en Ko ‘Ik en Ko’ is een totaalmethode voor de kleutergroep waarbij gewerkt wordt aan de algehele ontwikkeling. De methode wordt specifiek ingezet bij een doelgroep kinderen bij wie sprake is van een ontwikkelingsachterstand en specifiek een (sociale) taalachterstand. Binnen het onderdeel ‘taal’ wordt er gewerkt aan: woordenschat-uitbreiding, gespreksvaardigheid, begrijpend luisteren en institutionele interacties. De vaardigheden wordt mede getraind door middel van betekenisvolle en motiverende activiteiten: spel, ontdekken, expressie, boek, knutselen en kring. In alle activiteiten speelt de sociale interactie als middel en doel een belangrijke rol. Door het aanbieden van activiteiten in een kleine groep kunnen de kinderen ook van elkaar leren. DGM DGM (Denkstimulerende Gespreksmethodiek) is een methode om de taalontwikkeling van kinderen in de leeftijd tussen de drie en acht jaar (met emotionele, sociale en gedragsmoeilijkheden) te ondersteunen. Het doel is om vanuit de dialoog met denkvragen de wereld te ordenen en te komen tot meer betekenisvolle gesprekken met elkaar. Door middel van denkvragen wordt het kind gestimuleerd op een hoger abstractieniveau te denken en zijn wereld te ordenen. De spraaktaakpatholoog coacht de leerkrachten in DGM. Knoop het in je oren ‘Knoop het in je oren’ is een methodiek om de woordenschat bij taalzwakke en anderstalige kinderen in groep 1 te vergroten. Aan de hand van de verhalen met kijkplaten wordt de woordenschat (receptieve taal) uitgebreid en wordt de luistervaardigheid, als belangrijke basisvaardigheid voor het zich eigen maken van de taal, gestimuleerd. Beginnende geletterdheid Ook voordat er met het formele leesproces wordt gestart, doen kinderen al veel kennis op over geschreven taal. Spelenderwijs leren kinderen de betekenis van geschreven taal en doen hier allerlei ervaringen mee op. Zij leren bijvoorbeeld dat een boek door iemand geschreven is, dat je naam uit letters bestaat en dat je met het schrijven van een briefje iets voor elkaar kunt krijgen. Er wordt, kortom, gewerkt met een taalrijke omgeving. De interesse voor geschreven taal wordt opgewekt met allerlei activiteiten. Auditieve training wordt klassikaal door de leerkracht aangeboden, bijvoorbeeld met programma’s als “Klinkklare Klanken” en “Oorzaak”, maar vindt ook individueel of in kleine groepjes plaats. Wanneer kinderen daar aan toe zijn, zijn er mogelijkheden om met het aanvankelijke leesproces te starten met behulp van bijvoorbeeld “ Veilig Leren Lezen”. De schrijfmotoriek wordt gestimuleerd met behulp van programma’s als “Schrijfdans”, “Schrijfkriebels” en oefeningen uit de methoden “Handschrift” en “Mijn eigen handschrift”. Beginnende gecijferdheid Ervaringen op het gebied van rekenen en wiskunde worden met behulp van verschillende activiteiten bewust gemaakt en besproken. De belangrijke onderwerpen tellen en getalbegrip, ruimtelijke relaties en constructies, meten, weten en tijd komen regelmatig aan de orde. Er wordt gebruikt gemaakt van delen van bestaande methoden zoals “Alles telt”, “Zo reken ik ook”, hulpprogramma’s zoals “Ordenen”, en van een zelf samengestelde ontdekkist, waarmee allerlei ervaringen worden opgedaan. De computer wordt daarnaast ingezet ter ondersteuning. Sinds twee jaar worden de rekenspellen en het rekenmateriaal van “Met Sprongen Vooruit” intensief ingezet tijdens de rekenlessen en de rekenkring. 
 Bewegingsonderwijs Eenmaal per week geeft de leerkracht van de onderwijs-zorggroep een half uur kleutergymnastiek in ons speellokaal. Doel is de kinderen bekend te maken met hun eigen lichaam, verschillende bewegingsvormen en oefening te bieden op dat terrein. In de gymzaal zijn verschillende materialen ter ondersteuning. De zelfredzaamheid wordt geoefend bij het aan- en uitkleden. Behandeling van specifieke motorische of psychomotorische problemen gebeurt meestal door een fysiotherapeut van een externe praktijk al dan niet binnen Orion. Daarnaast begeleiden we de kinderen dagelijks ten minste 2 maal een half uur in het begeleid (buiten) spelen, waarbij naast het ontdekken van het eigen lichaam en het oefenen van de motoriek, zij ook leren samen spelen en trainen we de communicatieve vaardigheden.
ORION 3-6 ONDERWIJS - ZORG Samenwerking in de groep Binnen de groepen is sprake van een specifiek pedagogisch klimaat, waarbij een heldere structuur, voldoende veiligheid voor het kind en een responsieve houding van het team de kernpunten zijn. De omgeving is erop gericht dat kinderen zich veilig kunnen voelen, zelfvertrouwen krijgen en zich (weer) kunnen gaan ontwikkelen. Hiertoe wordt een zekere voorspelbaarheid nagestreefd door te werken volgens een vast dagritme en met zoveel mogelijk bekende medewerkers. In de rustige inrichting zijn veel visuele hulpmiddelen aanwezig die de kinderen helpen zich het dagritme en de groepsregels eigen te maken. De pedagogisch medewerker en de leerkracht geven samen vorm aan de dag. Er is een groepsaanbod, maar er zijn ook momenten waarop in kleine groepjes of individueel gewerkt wordt. In onze “kussen-kamer” (een soort snoezelruimte) kunnen kinderen zich op een veilige manier terugtrekken in een prikkelarme omgeving. We evalueren ons handelen voortdurend volgens de Plan-Do-Check-Act-principes. We signaleren problemen en/of mogelijkheden en kansen, we ontwikkelen oplossing en passen op kleine schaal waar mogelijk veranderingen toe, we controleren of de veranderingen het gewenste effect hebben en als dat zo is voeren we de veranderingen, in overleg, verder in. Deze principes dwingen ons steeds weer te kijken of we het goede doen en of we dat ook goed doen. Onderwijsaanbod Wanneer kinderen in de onderwijs-zorggroep toe zijn aan meer onderwijs en in staat zijn aan onderwijsactiviteiten in een groep deel te nemen, wordt de onderwijstijd aangepast. Het onderwijs wordt vormgegeven door middel van instructiegroepen. De kinderen die in aanmerking komen voor de meer groepsgerichte onderwijsactiviteiten dienen over een zekere taakgerichtheid, luisterhouding en enige mate van leergierigheid te beschikken. In overleg met ouders, de intern begeleider/schoolpsycholoog, de gedragswetenschapper en het team wordt een geïntegreerd handelingsplan opgesteld. Hierbij wordt een voorlopige planning gemaakt voor de vorm, de aard en de frequentie van het onderwijs. De leerkracht past zijn/haar dagelijks handelen en de instructie aan, aan de mogelijkheden van het kind en evalueert, samen met het multidisciplinaire team en de ouders de vervolgstappen. Passend binnen de doelen die in het ontwikkelperspectiefplan met ouders zijn geformuleerd, wordt steeds weer bekeken hoeveel uren onderwijs het kind aankan. Zorgaanbod Op Orion werken we vanuit de visie, die beschreven is in de methodiek “Gezin Centraal” (Arjan Bolt, 2006). Een methode die ook binnen de rest van Cardea gebruikt wordt. Uitgangspunt hierbij is een vraag- en oplossingsgerichte houding van de medewerker, die zijn professionaliteit ten dienste stelt van de ontwikkeling van de cliënt (ouders). De vragen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt staan centraal en zodoende houdt hij de regie over zijn eigen hulpproces. In de groepen van Orion 3-6 wordt een intensief aanbod gedaan van korte, concrete activiteiten die later op de dag of in de week worden herhaald. Als kinderen deelnemen aan therapie of trainingen van externe therapeuten (zoals logopedie, fysiotherapie, speltherapie, psychomotorische therapie) worden deze therapieën of trainingen bij voorkeur geïntegreerd in de behandeling. In de groep wordt met het kind gewerkt aan onder andere het (leren) functioneren in een grotere groep, de interactie tussen de kinderen onderling en met de medewerkers, het vergroten van de zelfredzaamheid en de werk- en luisterhouding van het kind. De mentor (een pedagogisch medewerker van de groep) onderhoudt een intensief contact met de ouders (en hun gezinsbegeleider) en stemt de werkdoelen van het kind in de groep af op de werkdoelen waaraan het gezin thuis werkt. Het kan voorkomen dat de mentor thuis aan een concreet doel komt werken, wanneer dat voor ouders ondersteuning biedt. Voor kinderen die doorstromen naar een vervolgschool kan er een coaching-traject worden aangeboden. Tijdens de overstap naar de volgende school kan een pedagogisch medewerker deze stap ondersteunen door op de vervolgschool te trainen op concrete werkpunten van het kind. Gebruikte methoden Dagritmepakket en gebruik van pictogrammen In alle groepen wordt dagelijks gebruik gemaakt van het Dagritmepakket. De dag- routine is de ‘kapstok’ van onderwijs en zorg. Het is gedefinieerd als ‘terugkerende onderdelen van de dag die normaal gesproken zo verlopen’. Medewerkers stemmen hun bezigheden af op de kinderen. Ook wordt gebruik gemaakt van pictogrammen om de dagindeling en de activiteiten in volgorde zichtbaar te maken. De kinderen hebben hier veel steun aan vanwege hun dikwijls zwakke tijdsbesef en behoefte aan overzicht van wat er komen gaat. De leeromgeving wordt hiermee veilig en voorspelbaar voor de kinderen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken is een belangrijke vaardigheid voor kinderen die op hun eigen niveau aan de slag moeten kunnen. Gedurende het schooljaar wordt het zelfstandig werken stapsgewijs opgebouwd onder andere met behulp van methodieken als GIP en Taakspel, zodat de kinderen minder begeleiding nodig hebben en beter voorbereid zijn op de vervolgschool. Taakspel Onze leerkrachten zijn geschoold in Taakspel voor Kleuters. Dit is een groepsgerichte aanpak om jonge leerlingen te leren zich aan de groepsregels te houden. De methodiek is effectief voor kinderen die in de klassensituatie ongewenst gedrag laten zien die de eigen taakhouding en die van andere kinderen verstoort. De doelstellingen van het Taakspel zijn: taakgericht gedrag neemt toe; regel-overtredend gedrag neemt af; het wordt rustiger en gezelliger in de klas. Door gewenst gedrag consequent te belonen met complimenten (sociale bekrachtiging) is er minder ruimte voor corrigerende opmerkingen. Zo neemt gewenst gedrag toe terwijl negatief gedrag gelijktijdig afneemt. Niet gewenst gedrag wordt door de leerkracht waar mogelijk genegeerd. TEACCH Binnen de ATLAS wordt ook gewerkt met TEACCH (Treatment and Education of Autistic and related Communication handicapped Children). Doel is het vergroten van vaardigheden door een zeer gestructureerde omgeving waarbij visualisering en voorspelbaarheid centraal staan. Sociaal-emotionele ontwikkeling Binnen Orion wordt gebruik gemaakt van het sociaal competentie model en leer-theoretische principes om een veilig en voorspelbaar pedagogisch klimaat neer te zetten waarin kinderen sociaal-emotioneel kunnen groeien. Door middel van wisselende opdrachten worden onderwerpen behandeld als: emoties, samenwerken, waarden & normen, complimenten geven, seksualiteit , omgaan met boosheid, versterken van zelfvertrouwen en ik-gevoel. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken IK-boek, PUK, Doos vol gevoelens en de aanraakregels. Ook het Taakspel wordt ingezet om doelmatig te werken aan het ontwikkelen van sociale competenties en sociale waarden zoals gelijkwaardigheid, hulpvaardigheid en verantwoordelijkheid. IK-boek Het ‘Ik boek’ wordt in de kleutergroepen vraag- en behoeft gestuurd ingezet voor kwetsbare leerlingen met weinig eigenheid en onvoldoende zelfbewustzijn. Afhankelijk van de doelstellingen voor een individueel kind kan deze methode gedurende een bepaalde periode ingezet worden. Tijdens individuele sessies tussen de pedagogisch medewerker en de kleuter worden de plak- en werkbladen samen met de kinderen doorlopen en in een leer- of ontwikkelingsgesprekje met het kind gesproken. Kinderen worden zich bewuster van zichzelf als persoon, hun buitenkant en wat ze leuk of lekker vinden. PUK Ook worden elementen van PUK, een sociale vaardigheidstraining voor jonge kinderen, ingezet wanneer hier behoefte aan is. Sociale vaardigheden zoals luisteren, vragen stellen, herkennen van de basis-emoties en samenspelen worden in kleine groepjes getraind. Doos vol gevoelens ‘Doos vol gevoelens’ is een methode waarmee op een speelse manier de complexe wereld van eigen en andermans emoties geëxploreerd worden. Aan de hand van visuele materialen en activiteiten komen de basisemoties telkens weer terug en verkennen kinderen de meer complexe emoties die hieruit voortkomen. PRT Binnen de Atlas wordt ook gewerkt met PRT (Pivotal Respons Treatment). Dit is een gedragstherapeutische behandeling die wordt ingezet om de ontwikkeling van kernvaardigheden die bij kinderen met autisme anders of trager ontwikkelen, te versterken. Alle groepsmedewerkers van de Atlas zijn PRT-gecertificeerd. Er wordt gewerkt aan het vergroten van de motivatie voor contact en communicatie en het initiatief nemen in het contact. Ook wordt de taalontwikkeling gestimuleerd. Mondelinge taal In de klas wordt veel verteld en voorgelezen over verschillende onderwerpen die aansluiten bij thema’s die in de groep aan de orde zijn. Hierbij worden de kinderen alert gemaakt op het woordgebruik en het maken van correcte zinnen en verhaaltjes. Het team kan ondersteuning krijgen van onze spraak-taalpatholoog. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken Ik en Ko, DGM en Knoop het in je oren. Binnen de Atlas wordt de mondelinge taal gestimuleerd en uitgelokt door inzet van PRT. Ik en Ko ‘Ik en Ko’ is een totaalmethode voor de kleutergroep waarbij gewerkt wordt aan de algehele ontwikkeling. De methode wordt specifiek ingezet bij een doelgroep kinderen bij wie sprake is van een ontwikkelingsachterstand en specifiek een (sociale) taalachterstand. Binnen het onderdeel ‘taal’ wordt er gewerkt aan: woordenschat-uitbreiding, gespreksvaardigheid, begrijpend luisteren en institutionele interacties. De vaardigheden wordt mede getraind door middel van betekenisvolle en motiverende activiteiten: spel, ontdekken, expressie, boek, knutselen en kring. In alle activiteiten speelt de sociale interactie als middel en doel een belangrijke rol. Door het aanbieden van activiteiten in een kleine groep kunnen de kinderen ook van elkaar leren. DGM DGM (Denkstimulerende Gespreksmethodiek) is een methode om de taalontwikkeling van kinderen in de leeftijd tussen de drie en acht jaar (met emotionele, sociale en gedragsmoeilijkheden) te ondersteunen. Het doel is om vanuit de dialoog met denkvragen de wereld te ordenen en te komen tot meer betekenisvolle gesprekken met elkaar. Door middel van denkvragen wordt het kind gestimuleerd op een hoger abstractieniveau te denken en zijn wereld te ordenen. De spraaktaakpatholoog coacht de leerkrachten in DGM. Knoop het in je oren ‘Knoop het in je oren’ is een methodiek om de woordenschat bij taalzwakke en anderstalige kinderen in groep 1 te vergroten. Aan de hand van de verhalen met kijkplaten wordt de woordenschat (receptieve taal) uitgebreid en wordt de luistervaardigheid, als belangrijke basisvaardigheid voor het zich eigen maken van de taal, gestimuleerd. Beginnende geletterdheid Ook voordat er met het formele leesproces wordt gestart, doen kinderen al veel kennis op over geschreven taal. Spelenderwijs leren kinderen de betekenis van geschreven taal en doen hier allerlei ervaringen mee op. Zij leren bijvoorbeeld dat een boek door iemand geschreven is, dat je naam uit letters bestaat en dat je met het schrijven van een briefje iets voor elkaar kunt krijgen. Er wordt, kortom, gewerkt met een taalrijke omgeving. De interesse voor geschreven taal wordt opgewekt met allerlei activiteiten. Auditieve training wordt klassikaal door de leerkracht aangeboden, bijvoorbeeld met programma’s als “Klinkklare Klanken” en “Oorzaak”, maar vindt ook individueel of in kleine groepjes plaats. Wanneer kinderen daar aan toe zijn, zijn er mogelijkheden om met het aanvankelijke leesproces te starten met behulp van bijvoorbeeld “ Veilig Leren Lezen”. De schrijfmotoriek wordt gestimuleerd met behulp van programma’s als “Schrijfdans”, “Schrijfkriebels” en oefeningen uit de methoden “Handschrift” en “Mijn eigen handschrift”. Beginnende gecijferdheid Ervaringen op het gebied van rekenen en wiskunde worden met behulp van verschillende activiteiten bewust gemaakt en besproken. De belangrijke onderwerpen tellen en getalbegrip, ruimtelijke relaties en constructies, meten, weten en tijd komen regelmatig aan de orde. Er wordt gebruikt gemaakt van delen van bestaande methoden zoals “Alles telt”, “Zo reken ik ook”, hulpprogramma’s zoals “Ordenen”, en van een zelf samengestelde ontdekkist, waarmee allerlei ervaringen worden opgedaan. De computer wordt daarnaast ingezet ter ondersteuning. Sinds twee jaar worden de rekenspellen en het rekenmateriaal van “Met Sprongen Vooruit” intensief ingezet tijdens de rekenlessen en de rekenkring. 
 Bewegingsonderwijs Eenmaal per week geeft de leerkracht van de onderwijs-zorggroep een half uur kleutergymnastiek in ons speellokaal. Doel is de kinderen bekend te maken met hun eigen lichaam, verschillende bewegingsvormen en oefening te bieden op dat terrein. In de gymzaal zijn verschillende materialen ter ondersteuning. De zelfredzaamheid wordt geoefend bij het aan- en uitkleden. Behandeling van specifieke motorische of psychomotorische problemen gebeurt meestal door een fysiotherapeut van een externe praktijk al dan niet binnen Orion. Daarnaast begeleiden we de kinderen dagelijks ten minste 2 maal een half uur in het begeleid (buiten) spelen, waarbij naast het ontdekken van het eigen lichaam en het oefenen van de motoriek, zij ook leren samen spelen en trainen we de communicatieve vaardigheden. onderwijs-zorg
onderwijs-zorg
ORION 3-6 ONDERWIJS - ZORG Samenwerking in de groep Binnen de groepen is sprake van een specifiek pedagogisch klimaat, waarbij een heldere structuur, voldoende veiligheid voor het kind en een responsieve houding van het team de kernpunten zijn. De omgeving is erop gericht dat kinderen zich veilig kunnen voelen, zelfvertrouwen krijgen en zich (weer) kunnen gaan ontwikkelen. Hiertoe wordt een zekere voorspelbaarheid nagestreefd door te werken volgens een vast dagritme en met zoveel mogelijk bekende medewerkers. In de rustige inrichting zijn veel visuele hulpmiddelen aanwezig die de kinderen helpen zich het dagritme en de groepsregels eigen te maken. De pedagogisch medewerker en de leerkracht geven samen vorm aan de dag. Er is een groepsaanbod, maar er zijn ook momenten waarop in kleine groepjes of individueel gewerkt wordt. In onze “kussen-kamer” (een soort snoezelruimte) kunnen kinderen zich op een veilige manier terugtrekken in een prikkelarme omgeving. We evalueren ons handelen voortdurend volgens de Plan-Do-Check-Act-principes. We signaleren problemen en/of mogelijkheden en kansen, we ontwikkelen oplossing en passen op kleine schaal waar mogelijk veranderingen toe, we controleren of de veranderingen het gewenste effect hebben en als dat zo is voeren we de veranderingen, in overleg, verder in. Deze principes dwingen ons steeds weer te kijken of we het goede doen en of we dat ook goed doen. Onderwijsaanbod Wanneer kinderen in de onderwijs-zorggroep toe zijn aan meer onderwijs en in staat zijn aan onderwijsactiviteiten in een groep deel te nemen, wordt de onderwijstijd aangepast. Het onderwijs wordt vormgegeven door middel van instructiegroepen. De kinderen die in aanmerking komen voor de meer groepsgerichte onderwijsactiviteiten dienen over een zekere taakgerichtheid, luisterhouding en enige mate van leergierigheid te beschikken. In overleg met ouders, de intern begeleider/schoolpsycholoog, de gedragswetenschapper en het team wordt een geïntegreerd handelingsplan opgesteld. Hierbij wordt een voorlopige planning gemaakt voor de vorm, de aard en de frequentie van het onderwijs. De leerkracht past zijn/haar dagelijks handelen en de instructie aan, aan de mogelijkheden van het kind en evalueert, samen met het multidisciplinaire team en de ouders de vervolgstappen. Passend binnen de doelen die in het ontwikkelperspectiefplan met ouders zijn geformuleerd, wordt steeds weer bekeken hoeveel uren onderwijs het kind aankan. Zorgaanbod Op Orion werken we vanuit de visie, die beschreven is in de methodiek “Gezin Centraal” (Arjan Bolt, 2006). Een methode die ook binnen de rest van Cardea gebruikt wordt. Uitgangspunt hierbij is een vraag- en oplossingsgerichte houding van de medewerker, die zijn professionaliteit ten dienste stelt van de ontwikkeling van de cliënt (ouders). De vragen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt staan centraal en zodoende houdt hij de regie over zijn eigen hulpproces. In de groepen van Orion 3-6 wordt een intensief aanbod gedaan van korte, concrete activiteiten die later op de dag of in de week worden herhaald. Als kinderen deelnemen aan therapie of trainingen van externe therapeuten (zoals logopedie, fysiotherapie, speltherapie, psychomotorische therapie) worden deze therapieën of trainingen bij voorkeur geïntegreerd in de behandeling. In de groep wordt met het kind gewerkt aan onder andere het (leren) functioneren in een grotere groep, de interactie tussen de kinderen onderling en met de medewerkers, het vergroten van de zelfredzaamheid en de werk- en luisterhouding van het kind. De mentor (een pedagogisch medewerker van de groep) onderhoudt een intensief contact met de ouders (en hun gezinsbegeleider) en stemt de werkdoelen van het kind in de groep af op de werkdoelen waaraan het gezin thuis werkt. Het kan voorkomen dat de mentor thuis aan een concreet doel komt werken, wanneer dat voor ouders ondersteuning biedt. Voor kinderen die doorstromen naar een vervolgschool kan er een coaching-traject worden aangeboden. Tijdens de overstap naar de volgende school kan een pedagogisch medewerker deze stap ondersteunen door op de vervolgschool te trainen op concrete werkpunten van het kind. Gebruikte methoden Dagritmepakket en gebruik van pictogrammen In alle groepen wordt dagelijks gebruik gemaakt van het Dagritmepakket. De dag- routine is de ‘kapstok’ van onderwijs en zorg. Het is gedefinieerd als ‘terugkerende onderdelen van de dag die normaal gesproken zo verlopen’. Medewerkers stemmen hun bezigheden af op de kinderen. Ook wordt gebruik gemaakt van pictogrammen om de dagindeling en de activiteiten in volgorde zichtbaar te maken. De kinderen hebben hier veel steun aan vanwege hun dikwijls zwakke tijdsbesef en behoefte aan overzicht van wat er komen gaat. De leeromgeving wordt hiermee veilig en voorspelbaar voor de kinderen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken is een belangrijke vaardigheid voor kinderen die op hun eigen niveau aan de slag moeten kunnen. Gedurende het schooljaar wordt het zelfstandig werken stapsgewijs opgebouwd onder andere met behulp van methodieken als GIP en Taakspel, zodat de kinderen minder begeleiding nodig hebben en beter voorbereid zijn op de vervolgschool. Taakspel Onze leerkrachten zijn geschoold in Taakspel voor Kleuters. Dit is een groepsgerichte aanpak om jonge leerlingen te leren zich aan de groepsregels te houden. De methodiek is effectief voor kinderen die in de klassensituatie ongewenst gedrag laten zien die de eigen taakhouding en die van andere kinderen verstoort. De doelstellingen van het Taakspel zijn: taakgericht gedrag neemt toe; regel-overtredend gedrag neemt af; het wordt rustiger en gezelliger in de klas. Door gewenst gedrag consequent te belonen met complimenten (sociale bekrachtiging) is er minder ruimte voor corrigerende opmerkingen. Zo neemt gewenst gedrag toe terwijl negatief gedrag gelijktijdig afneemt. Niet gewenst gedrag wordt door de leerkracht waar mogelijk genegeerd. TEACCH Binnen de ATLAS wordt ook gewerkt met TEACCH (Treatment and Education of Autistic and related Communication handicapped Children). Doel is het vergroten van vaardigheden door een zeer gestructureerde omgeving waarbij visualisering en voorspelbaarheid centraal staan. Sociaal-emotionele ontwikkeling Binnen Orion wordt gebruik gemaakt van het sociaal competentie model en leer-theoretische principes om een veilig en voorspelbaar pedagogisch klimaat neer te zetten waarin kinderen sociaal-emotioneel kunnen groeien. Door middel van wisselende opdrachten worden onderwerpen behandeld als: emoties, samenwerken, waarden & normen, complimenten geven, seksualiteit , omgaan met boosheid, versterken van zelfvertrouwen en ik-gevoel. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken IK-boek, PUK, Doos vol gevoelens en de aanraakregels. Ook het Taakspel wordt ingezet om doelmatig te werken aan het ontwikkelen van sociale competenties en sociale waarden zoals gelijkwaardigheid, hulpvaardigheid en verantwoordelijkheid. IK-boek Het ‘Ik boek’ wordt in de kleutergroepen vraag- en behoeft gestuurd ingezet voor kwetsbare leerlingen met weinig eigenheid en onvoldoende zelfbewustzijn. Afhankelijk van de doelstellingen voor een individueel kind kan deze methode gedurende een bepaalde periode ingezet worden. Tijdens individuele sessies tussen de pedagogisch medewerker en de kleuter worden de plak- en werkbladen samen met de kinderen doorlopen en in een leer- of ontwikkelingsgesprekje met het kind gesproken. Kinderen worden zich bewuster van zichzelf als persoon, hun buitenkant en wat ze leuk of lekker vinden. PUK Ook worden elementen van PUK, een sociale vaardigheidstraining voor jonge kinderen, ingezet wanneer hier behoefte aan is. Sociale vaardigheden zoals luisteren, vragen stellen, herkennen van de basis-emoties en samenspelen worden in kleine groepjes getraind. Doos vol gevoelens ‘Doos vol gevoelens’ is een methode waarmee op een speelse manier de complexe wereld van eigen en andermans emoties geëxploreerd worden. Aan de hand van visuele materialen en activiteiten komen de basisemoties telkens weer terug en verkennen kinderen de meer complexe emoties die hieruit voortkomen. PRT Binnen de Atlas wordt ook gewerkt met PRT (Pivotal Respons Treatment). Dit is een gedragstherapeutische behandeling die wordt ingezet om de ontwikkeling van kernvaardigheden die bij kinderen met autisme anders of trager ontwikkelen, te versterken. Alle groepsmedewerkers van de Atlas zijn PRT-gecertificeerd. Er wordt gewerkt aan het vergroten van de motivatie voor contact en communicatie en het initiatief nemen in het contact. Ook wordt de taalontwikkeling gestimuleerd. Mondelinge taal In de klas wordt veel verteld en voorgelezen over verschillende onderwerpen die aansluiten bij thema’s die in de groep aan de orde zijn. Hierbij worden de kinderen alert gemaakt op het woordgebruik en het maken van correcte zinnen en verhaaltjes. Het team kan ondersteuning krijgen van onze spraak-taalpatholoog. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken Ik en Ko, DGM en Knoop het in je oren. Binnen de Atlas wordt de mondelinge taal gestimuleerd en uitgelokt door inzet van PRT. Ik en Ko ‘Ik en Ko’ is een totaalmethode voor de kleutergroep waarbij gewerkt wordt aan de algehele ontwikkeling. De methode wordt specifiek ingezet bij een doelgroep kinderen bij wie sprake is van een ontwikkelingsachterstand en specifiek een (sociale) taalachterstand. Binnen het onderdeel ‘taal’ wordt er gewerkt aan: woordenschat-uitbreiding, gespreksvaardigheid, begrijpend luisteren en institutionele interacties. De vaardigheden wordt mede getraind door middel van betekenisvolle en motiverende activiteiten: spel, ontdekken, expressie, boek, knutselen en kring. In alle activiteiten speelt de sociale interactie als middel en doel een belangrijke rol. Door het aanbieden van activiteiten in een kleine groep kunnen de kinderen ook van elkaar leren. DGM DGM (Denkstimulerende Gespreksmethodiek) is een methode om de taalontwikkeling van kinderen in de leeftijd tussen de drie en acht jaar (met emotionele, sociale en gedragsmoeilijkheden) te ondersteunen. Het doel is om vanuit de dialoog met denkvragen de wereld te ordenen en te komen tot meer betekenisvolle gesprekken met elkaar. Door middel van denkvragen wordt het kind gestimuleerd op een hoger abstractieniveau te denken en zijn wereld te ordenen. De spraaktaakpatholoog coacht de leerkrachten in DGM. Knoop het in je oren ‘Knoop het in je oren’ is een methodiek om de woordenschat bij taalzwakke en anderstalige kinderen in groep 1 te vergroten. Aan de hand van de verhalen met kijkplaten wordt de woordenschat (receptieve taal) uitgebreid en wordt de luistervaardigheid, als belangrijke basisvaardigheid voor het zich eigen maken van de taal, gestimuleerd. Beginnende geletterdheid Ook voordat er met het formele leesproces wordt gestart, doen kinderen al veel kennis op over geschreven taal. Spelenderwijs leren kinderen de betekenis van geschreven taal en doen hier allerlei ervaringen mee op. Zij leren bijvoorbeeld dat een boek door iemand geschreven is, dat je naam uit letters bestaat en dat je met het schrijven van een briefje iets voor elkaar kunt krijgen. Er wordt, kortom, gewerkt met een taalrijke omgeving. De interesse voor geschreven taal wordt opgewekt met allerlei activiteiten. Auditieve training wordt klassikaal door de leerkracht aangeboden, bijvoorbeeld met programma’s als “Klinkklare Klanken” en “Oorzaak”, maar vindt ook individueel of in kleine groepjes plaats. Wanneer kinderen daar aan toe zijn, zijn er mogelijkheden om met het aanvankelijke leesproces te starten met behulp van bijvoorbeeld “ Veilig Leren Lezen”. De schrijfmotoriek wordt gestimuleerd met behulp van programma’s als “Schrijfdans”, “Schrijfkriebels” en oefeningen uit de methoden “Handschrift” en “Mijn eigen handschrift”. Beginnende gecijferdheid Ervaringen op het gebied van rekenen en wiskunde worden met behulp van verschillende activiteiten bewust gemaakt en besproken. De belangrijke onderwerpen tellen en getalbegrip, ruimtelijke relaties en constructies, meten, weten en tijd komen regelmatig aan de orde. Er wordt gebruikt gemaakt van delen van bestaande methoden zoals “Alles telt”, “Zo reken ik ook”, hulpprogramma’s zoals “Ordenen”, en van een zelf samengestelde ontdekkist, waarmee allerlei ervaringen worden opgedaan. De computer wordt daarnaast ingezet ter ondersteuning. Sinds twee jaar worden de rekenspellen en het rekenmateriaal van “Met Sprongen Vooruit” intensief ingezet tijdens de rekenlessen en de rekenkring. 
 Bewegingsonderwijs Eenmaal per week geeft de leerkracht van de onderwijs-zorggroep een half uur kleutergymnastiek in ons speellokaal. Doel is de kinderen bekend te maken met hun eigen lichaam, verschillende bewegingsvormen en oefening te bieden op dat terrein. In de gymzaal zijn verschillende materialen ter ondersteuning. De zelfredzaamheid wordt geoefend bij het aan- en uitkleden. Behandeling van specifieke motorische of psychomotorische problemen gebeurt meestal door een fysiotherapeut van een externe praktijk al dan niet binnen Orion. Daarnaast begeleiden we de kinderen dagelijks ten minste 2 maal een half uur in het begeleid (buiten) spelen, waarbij naast het ontdekken van het eigen lichaam en het oefenen van de motoriek, zij ook leren samen spelen en trainen we de communicatieve vaardigheden.
ORION 3-6 ONDERWIJS - ZORG Samenwerking in de groep Binnen de groepen is sprake van een specifiek pedagogisch klimaat, waarbij een heldere structuur, voldoende veiligheid voor het kind en een responsieve houding van het team de kernpunten zijn. De omgeving is erop gericht dat kinderen zich veilig kunnen voelen, zelfvertrouwen krijgen en zich (weer) kunnen gaan ontwikkelen. Hiertoe wordt een zekere voorspelbaarheid nagestreefd door te werken volgens een vast dagritme en met zoveel mogelijk bekende medewerkers. In de rustige inrichting zijn veel visuele hulpmiddelen aanwezig die de kinderen helpen zich het dagritme en de groepsregels eigen te maken. De pedagogisch medewerker en de leerkracht geven samen vorm aan de dag. Er is een groepsaanbod, maar er zijn ook momenten waarop in kleine groepjes of individueel gewerkt wordt. In onze “kussen-kamer” (een soort snoezelruimte) kunnen kinderen zich op een veilige manier terugtrekken in een prikkelarme omgeving. We evalueren ons handelen voortdurend volgens de Plan-Do-Check-Act-principes. We signaleren problemen en/of mogelijkheden en kansen, we ontwikkelen oplossing en passen op kleine schaal waar mogelijk veranderingen toe, we controleren of de veranderingen het gewenste effect hebben en als dat zo is voeren we de veranderingen, in overleg, verder in. Deze principes dwingen ons steeds weer te kijken of we het goede doen en of we dat ook goed doen. Onderwijsaanbod Wanneer kinderen in de onderwijs-zorggroep toe zijn aan meer onderwijs en in staat zijn aan onderwijsactiviteiten in een groep deel te nemen, wordt de onderwijstijd aangepast. Het onderwijs wordt vormgegeven door middel van instructiegroepen. De kinderen die in aanmerking komen voor de meer groepsgerichte onderwijsactiviteiten dienen over een zekere taakgerichtheid, luisterhouding en enige mate van leergierigheid te beschikken. In overleg met ouders, de intern begeleider/schoolpsycholoog, de gedragswetenschapper en het team wordt een geïntegreerd handelingsplan opgesteld. Hierbij wordt een voorlopige planning gemaakt voor de vorm, de aard en de frequentie van het onderwijs. De leerkracht past zijn/haar dagelijks handelen en de instructie aan, aan de mogelijkheden van het kind en evalueert, samen met het multidisciplinaire team en de ouders de vervolgstappen. Passend binnen de doelen die in het ontwikkelperspectiefplan met ouders zijn geformuleerd, wordt steeds weer bekeken hoeveel uren onderwijs het kind aankan. Zorgaanbod Op Orion werken we vanuit de visie, die beschreven is in de methodiek “Gezin Centraal” (Arjan Bolt, 2006). Een methode die ook binnen de rest van Cardea gebruikt wordt. Uitgangspunt hierbij is een vraag- en oplossingsgerichte houding van de medewerker, die zijn professionaliteit ten dienste stelt van de ontwikkeling van de cliënt (ouders). De vragen, behoeften en mogelijkheden van de cliënt staan centraal en zodoende houdt hij de regie over zijn eigen hulpproces. In de groepen van Orion 3-6 wordt een intensief aanbod gedaan van korte, concrete activiteiten die later op de dag of in de week worden herhaald. Als kinderen deelnemen aan therapie of trainingen van externe therapeuten (zoals logopedie, fysiotherapie, speltherapie, psychomotorische therapie) worden deze therapieën of trainingen bij voorkeur geïntegreerd in de behandeling. In de groep wordt met het kind gewerkt aan onder andere het (leren) functioneren in een grotere groep, de interactie tussen de kinderen onderling en met de medewerkers, het vergroten van de zelfredzaamheid en de werk- en luisterhouding van het kind. De mentor (een pedagogisch medewerker van de groep) onderhoudt een intensief contact met de ouders (en hun gezinsbegeleider) en stemt de werkdoelen van het kind in de groep af op de werkdoelen waaraan het gezin thuis werkt. Het kan voorkomen dat de mentor thuis aan een concreet doel komt werken, wanneer dat voor ouders ondersteuning biedt. Voor kinderen die doorstromen naar een vervolgschool kan er een coaching-traject worden aangeboden. Tijdens de overstap naar de volgende school kan een pedagogisch medewerker deze stap ondersteunen door op de vervolgschool te trainen op concrete werkpunten van het kind. Gebruikte methoden Dagritmepakket en gebruik van pictogrammen In alle groepen wordt dagelijks gebruik gemaakt van het Dagritmepakket. De dag- routine is de ‘kapstok’ van onderwijs en zorg. Het is gedefinieerd als ‘terugkerende onderdelen van de dag die normaal gesproken zo verlopen’. Medewerkers stemmen hun bezigheden af op de kinderen. Ook wordt gebruik gemaakt van pictogrammen om de dagindeling en de activiteiten in volgorde zichtbaar te maken. De kinderen hebben hier veel steun aan vanwege hun dikwijls zwakke tijdsbesef en behoefte aan overzicht van wat er komen gaat. De leeromgeving wordt hiermee veilig en voorspelbaar voor de kinderen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken is een belangrijke vaardigheid voor kinderen die op hun eigen niveau aan de slag moeten kunnen. Gedurende het schooljaar wordt het zelfstandig werken stapsgewijs opgebouwd onder andere met behulp van methodieken als GIP en Taakspel, zodat de kinderen minder begeleiding nodig hebben en beter voorbereid zijn op de vervolgschool. Taakspel Onze leerkrachten zijn geschoold in Taakspel voor Kleuters. Dit is een groepsgerichte aanpak om jonge leerlingen te leren zich aan de groepsregels te houden. De methodiek is effectief voor kinderen die in de klassensituatie ongewenst gedrag laten zien die de eigen taakhouding en die van andere kinderen verstoort. De doelstellingen van het Taakspel zijn: taakgericht gedrag neemt toe; regel-overtredend gedrag neemt af; het wordt rustiger en gezelliger in de klas. Door gewenst gedrag consequent te belonen met complimenten (sociale bekrachtiging) is er minder ruimte voor corrigerende opmerkingen. Zo neemt gewenst gedrag toe terwijl negatief gedrag gelijktijdig afneemt. Niet gewenst gedrag wordt door de leerkracht waar mogelijk genegeerd. TEACCH Binnen de ATLAS wordt ook gewerkt met TEACCH (Treatment and Education of Autistic and related Communication handicapped Children). Doel is het vergroten van vaardigheden door een zeer gestructureerde omgeving waarbij visualisering en voorspelbaarheid centraal staan. Sociaal-emotionele ontwikkeling Binnen Orion wordt gebruik gemaakt van het sociaal competentie model en leer-theoretische principes om een veilig en voorspelbaar pedagogisch klimaat neer te zetten waarin kinderen sociaal-emotioneel kunnen groeien. Door middel van wisselende opdrachten worden onderwerpen behandeld als: emoties, samenwerken, waarden & normen, complimenten geven, seksualiteit , omgaan met boosheid, versterken van zelfvertrouwen en ik-gevoel. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken IK-boek, PUK, Doos vol gevoelens en de aanraakregels. Ook het Taakspel wordt ingezet om doelmatig te werken aan het ontwikkelen van sociale competenties en sociale waarden zoals gelijkwaardigheid, hulpvaardigheid en verantwoordelijkheid. IK-boek Het ‘Ik boek’ wordt in de kleutergroepen vraag- en behoeft gestuurd ingezet voor kwetsbare leerlingen met weinig eigenheid en onvoldoende zelfbewustzijn. Afhankelijk van de doelstellingen voor een individueel kind kan deze methode gedurende een bepaalde periode ingezet worden. Tijdens individuele sessies tussen de pedagogisch medewerker en de kleuter worden de plak- en werkbladen samen met de kinderen doorlopen en in een leer- of ontwikkelingsgesprekje met het kind gesproken. Kinderen worden zich bewuster van zichzelf als persoon, hun buitenkant en wat ze leuk of lekker vinden. PUK Ook worden elementen van PUK, een sociale vaardigheidstraining voor jonge kinderen, ingezet wanneer hier behoefte aan is. Sociale vaardigheden zoals luisteren, vragen stellen, herkennen van de basis-emoties en samenspelen worden in kleine groepjes getraind. Doos vol gevoelens ‘Doos vol gevoelens’ is een methode waarmee op een speelse manier de complexe wereld van eigen en andermans emoties geëxploreerd worden. Aan de hand van visuele materialen en activiteiten komen de basisemoties telkens weer terug en verkennen kinderen de meer complexe emoties die hieruit voortkomen. PRT Binnen de Atlas wordt ook gewerkt met PRT (Pivotal Respons Treatment). Dit is een gedragstherapeutische behandeling die wordt ingezet om de ontwikkeling van kernvaardigheden die bij kinderen met autisme anders of trager ontwikkelen, te versterken. Alle groepsmedewerkers van de Atlas zijn PRT-gecertificeerd. Er wordt gewerkt aan het vergroten van de motivatie voor contact en communicatie en het initiatief nemen in het contact. Ook wordt de taalontwikkeling gestimuleerd. Mondelinge taal In de klas wordt veel verteld en voorgelezen over verschillende onderwerpen die aansluiten bij thema’s die in de groep aan de orde zijn. Hierbij worden de kinderen alert gemaakt op het woordgebruik en het maken van correcte zinnen en verhaaltjes. Het team kan ondersteuning krijgen van onze spraak-taalpatholoog. Er wordt gebruik gemaakt van onder andere de methodieken Ik en Ko, DGM en Knoop het in je oren. Binnen de Atlas wordt de mondelinge taal gestimuleerd en uitgelokt door inzet van PRT. Ik en Ko ‘Ik en Ko’ is een totaalmethode voor de kleutergroep waarbij gewerkt wordt aan de algehele ontwikkeling. De methode wordt specifiek ingezet bij een doelgroep kinderen bij wie sprake is van een ontwikkelingsachterstand en specifiek een (sociale) taalachterstand. Binnen het onderdeel ‘taal’ wordt er gewerkt aan: woordenschat-uitbreiding, gespreksvaardigheid, begrijpend luisteren en institutionele interacties. De vaardigheden wordt mede getraind door middel van betekenisvolle en motiverende activiteiten: spel, ontdekken, expressie, boek, knutselen en kring. In alle activiteiten speelt de sociale interactie als middel en doel een belangrijke rol. Door het aanbieden van activiteiten in een kleine groep kunnen de kinderen ook van elkaar leren. DGM DGM (Denkstimulerende Gespreksmethodiek) is een methode om de taalontwikkeling van kinderen in de leeftijd tussen de drie en acht jaar (met emotionele, sociale en gedragsmoeilijkheden) te ondersteunen. Het doel is om vanuit de dialoog met denkvragen de wereld te ordenen en te komen tot meer betekenisvolle gesprekken met elkaar. Door middel van denkvragen wordt het kind gestimuleerd op een hoger abstractieniveau te denken en zijn wereld te ordenen. De spraaktaakpatholoog coacht de leerkrachten in DGM. Knoop het in je oren ‘Knoop het in je oren’ is een methodiek om de woordenschat bij taalzwakke en anderstalige kinderen in groep 1 te vergroten. Aan de hand van de verhalen met kijkplaten wordt de woordenschat (receptieve taal) uitgebreid en wordt de luistervaardigheid, als belangrijke basisvaardigheid voor het zich eigen maken van de taal, gestimuleerd. Beginnende geletterdheid Ook voordat er met het formele leesproces wordt gestart, doen kinderen al veel kennis op over geschreven taal. Spelenderwijs leren kinderen de betekenis van geschreven taal en doen hier allerlei ervaringen mee op. Zij leren bijvoorbeeld dat een boek door iemand geschreven is, dat je naam uit letters bestaat en dat je met het schrijven van een briefje iets voor elkaar kunt krijgen. Er wordt, kortom, gewerkt met een taalrijke omgeving. De interesse voor geschreven taal wordt opgewekt met allerlei activiteiten. Auditieve training wordt klassikaal door de leerkracht aangeboden, bijvoorbeeld met programma’s als “Klinkklare Klanken” en “Oorzaak”, maar vindt ook individueel of in kleine groepjes plaats. Wanneer kinderen daar aan toe zijn, zijn er mogelijkheden om met het aanvankelijke leesproces te starten met behulp van bijvoorbeeld “ Veilig Leren Lezen”. De schrijfmotoriek wordt gestimuleerd met behulp van programma’s als “Schrijfdans”, “Schrijfkriebels” en oefeningen uit de methoden “Handschrift” en “Mijn eigen handschrift”. Beginnende gecijferdheid Ervaringen op het gebied van rekenen en wiskunde worden met behulp van verschillende activiteiten bewust gemaakt en besproken. De belangrijke onderwerpen tellen en getalbegrip, ruimtelijke relaties en constructies, meten, weten en tijd komen regelmatig aan de orde. Er wordt gebruikt gemaakt van delen van bestaande methoden zoals “Alles telt”, “Zo reken ik ook”, hulpprogramma’s zoals “Ordenen”, en van een zelf samengestelde ontdekkist, waarmee allerlei ervaringen worden opgedaan. De computer wordt daarnaast ingezet ter ondersteuning. Sinds twee jaar worden de rekenspellen en het rekenmateriaal van “Met Sprongen Vooruit” intensief ingezet tijdens de rekenlessen en de rekenkring. 
 Bewegingsonderwijs Eenmaal per week geeft de leerkracht van de onderwijs-zorggroep een half uur kleutergymnastiek in ons speellokaal. Doel is de kinderen bekend te maken met hun eigen lichaam, verschillende bewegingsvormen en oefening te bieden op dat terrein. In de gymzaal zijn verschillende materialen ter ondersteuning. De zelfredzaamheid wordt geoefend bij het aan- en uitkleden. Behandeling van specifieke motorische of psychomotorische problemen gebeurt meestal door een fysiotherapeut van een externe praktijk al dan niet binnen Orion. Daarnaast begeleiden we de kinderen dagelijks ten minste 2 maal een half uur in het begeleid (buiten) spelen, waarbij naast het ontdekken van het eigen lichaam en het oefenen van de motoriek, zij ook leren samen spelen en trainen we de communicatieve vaardigheden. onderwijs-zorg